HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 31

JPEG (Deze pagina), 678.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

e
i
p 29
of in gesloten toestellen, buizen of doozen die in een
i moffel tot de gloeihitte worden gebracht al of niet in aan-
: raking met de vlam der brandstof.
j In de twee eerste gevallen bestaat gelegenheid tot oxy-
E datie van het koper der oppervlakkige lagen, in het derde
geval daarentegen is de oxydatie zooveel mogelijk buiten
j gesloten. Het koperoxyde nu, niet het metallieke koper,
F wordt zeer gemakkelijk door verdund zwavelzuur wegge-
j nomen, zoodat bij de door het gloeien geoxydeerde gouden
j muntplaten de oppervlakte na het blanehiment bestaat uit
eene dunne laag van zuiver goud, die de bekende zuiver
j gele kleur vertoont, terwijl de eigen kleur van het alliage
l êt 0.900 of 0.910““ (sovereigns) meer naar het rood over-
helt. De gele goudstukken nu, die men in de wandeling
aantreft, tegenwoordig de meeste Fransche en de Duitsche
i welke te Berlijn geslagen worden, zijn dus afkomstig van
‘ door het gloeien geoxydeerd metaal. Men ziet echter ook
vele roode goudstukken in circulatie, het zijn Belgische,
Engelsche en die Duitsohe, welke in Hannover, Munchen,
; Dresden en Frankfurt a/M geslagen zijn; ze hebben de `
‘ eigendommelijke kleur van het goudkopenalliage a 0.900
of 0.916%; hunne oppervlakte is geen zuiver goud, zooals
bij de gele muntstukken, doch bestaat uit goud en koper
‘ in dezelfde verhouding als in de kern der muntstukken
wordt aangetroffen. Bij de fabricatie nu der roode gouden
munt wordt veel minder gegloeid en heeft de gloeiing
plaats in gesloten toestellen; koperoxyde wordt niet, of
bijna niet gevormd. Het blanoheervooht heeft alleen de
onreinheid der oppervlakte weggenomen.
. Men heeft in lateren tijd ingezien, dat het nadeelig is
het goud gedurende de fabricatie meer te gloeien, dan
strikt noodig is. Te Parijs geschiedt dit nog herhaaldelijk,