HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 662.26 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

19
Volgens opgaven der Engelsche Muntcommissie die haar
rapport in 1870 gepubliceerd heeft (Report on European
Mints p. 16 en 32), zijn de dimensiën in Engeland voor
het goud: 24, 1.375 en 1 inch (d. i. 61, 3.5 en 2.54 cm.),
terwijl aan de overige Munten de afmetingen verschillen:
lengte 15-24 inches (38-61 cm.); breedte 1 inch of meer
(2.54 cm.), naarmate ééne of twee platen uit de breedte
worden gesneden; dikte 3/is tot 1 inch (0.48-2.54 cm.);
ook wel */8 inch, d. i. 0.96 cm.
De tinnen worden door pleiten gebracht op de vereischte
dikte. In den regel gaat de tin door tweeërlei soort plet-
toestellen; de eerste namelijk zijn de zoogenaamde groote
of ruwe walsen (cilindres dégrossisseurs, breaking down
mills, roughing rolls), cilinders van gegoten ijzer met
­ glas-harde oppervlakte en van grootere afmeting; de tweede
de zoogenaamde eindwalsen (cilindres tinisseurs, finishing
rolls), dikwijls geheel uit staal bestaande, zooals b. v. te
Utrecht, ook wel uit gegoten i_jzer zooals de vorige, doch
meestal van geringeren diameter.
De diameter der pletcilinders varieert in de verschillende
munthuizen tusschen 20 en 13 cm., gemiddelde cijfers voor
de beide soorten. Te Utrecht 21 en 17 cm. Te Berlijn
_ alleen 21 cm.; daarenboven nog zeer kleine plettoestellen
van 8 a 10 cm. Te Brussel 15 en 23 cm.; de cilindres
finisseurs zijn aldaar dikker dan de cilindres dégrossisseurs. .
Te Londen 25.5, 30.5 en 35.5 cm.
merkten op te Berlijn, dat alleen de onderste van
het paar walsen in den plettoestel door de stoommachine
in beweging wordt gebracht, terwijl de bovenste los ligt
en van zelf meedraait, wanneer het te pletten metaal door
de plet is aangegrepen. Onze Mechanicus houdt dit voor i