HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 638.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

l
i
17
op den duur bezwaren ondervindt, dan ware het systeem
van gietblokken, die door ons te Berlijn en Hannover
aangetroflen zijn, zeer aan te bevelen; men is daar keurig
‘ op het gieten en voorkomt door gepaste maatregelen zoo-
veel mogelijk verlies.
Te Berlijn trok nog onze aandacht:
’1°. De doelmatige wijze, waarop de ijzeren vormen
gerepareerd worden, wanneer ze na langdurig gebruik,
zooals het heet, inwendig verbrand zijn.
20. De schuine stelling, die aan het gietblok gegeven
wordt, waardoor de lucht uit den vorm geleidelijk kan
ontwijken, naarmate metaal wordt ingegoten.
3**. Het gebruik van eene metalen blaasbuis op het
., oogenblik van gieten, ten einde zoowel de koolstof te ver-
E wijderen die het vloeibare metaal in den lepel bedekt,
als de vlam uit te dooven, die door combustie van de
l olie, waarmede de vorm inwendig bestreken is, uit den
l vorm te voorschijn treedt; hierdoor wordt het gieten zonder
l storten of verlies zeer bevorderd.
j 40. De inrichting van den gietlepel die, uit geslagen
[ ijzer bestaande, bedekt is met eene dikke laag vuurvaste
_ klei of leem, in nog vochtigen toestand bedeeld met
l potloodpoeder, zoodat, na het drogen, de lepel omgeven
is van eene korst potlood of kroesmaterie, waardoor het
l schadelijk contact van ijzer en goud bij het dompelen in
den kroes, ten eenemale wordt belet.
De tinnen, welke te Berlijn en Hannover verkregen A
Q worden, vertoonen eene gave oppervlakte , zonder blaas-
j holten of groote poriën; ze bezitten bijna geen aanhangselen
l of bramen. Deze laatste worden door eene eenvoudige
j handschaar of door een hakmes weggenomen, zooals in
j de Duitsche munthuizen, of door circulair­messen door
2
I
i
l
l
I
l .