HomeVerslag van het bezoek aan de munthuizen te Berlijn, Hannover, Brussel, Londen en Parijs in het najaar van 1873Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 685.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 42.46 MB

l
l l
§ l
16
teruggebracht, hetgeen samenhangt met de wijze van
gieten die aan de verschillende Munten gevolgd wordt.
Te Berlijn en Hannover, ook te Utrecht voor het zilver, _
laat men den kroes in het vuur staan en schept met een
lepel het vloeibare metaal bij gedeelten uit den kroes.
In Brussel, Londen en Parijs neemt men den kroes zelven
geheel uit het vuur, en schenkt het gesmolten metaal uit
den kroes rechtstreeks in de vormen. In het eerste geval,
waarin dan ook grootere kroezen kunnen worden aange-
wend, die meer metaal inhouden en langer weerstand
bieden, heeft men per kroes een zeker aantal gietblokken
(te Berlijn o. a. vier) waarvan elk ééne, hoogstens twee
tinnen levert. In het andere geval heeft men een twintig-
tal vormen tot één enkel systeem vereenigd, die achtereen-
volgens met vloeibaar metaal gevuld worden. Want, indien g
men met den kroes zelven giet, dan moet die kroes in
ééne achtereenvolgende operatie geheel geledigd worden, j
` in den kortst mogelijken tijd, wegens vrees van stollen,
zoodat een groot aantal vormen beschikbaar moeten zün, l
zoo dicht mogelijk naast elkander opgesteld. De inrichting l
van den gietbloktoestel te Brussel is ons doelmatig voorge-
A komen; hij komt ·overeen met dien te Parijs en wijkt -
slechts in kleine bijzonderheden van dien te Londen af`. §
Daar wij ons voorloopig bepaald hebben tot aanbeveling
* voor ’s Rijks Munt der methode van gieten met den kroes
­-­ wel de eenvoudigste, want het uitlepelen van den
inhoud geeft storing in de samenstelling van het alliage
~ en aanleiding tot verlies - zoo is de constructie der §
I giettoestellen te Brussel nauwkeurig door den Mechanicus
opgenomen en zal, bij de inrichting onzer Munt voor de
fabricatie van gouden speciën, waarschijnlijk nagevolgd j
worden. Mocht het blijken, dat het gieten met den kroes
1 I
5, l
l
l
l