HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 45

JPEG (Deze pagina), 695.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

41
ik weet niet dat hij het ooit zelf heeft gezegd ~·« van
Moná was gezegd, dat hij boven al zijne andere verdien-
sten -­ en men zag hierin zijn eersten eerenaam -­- dat
hij een eerlijk man was in de volle beteekenis van het
woord. nOok wij, zeide de Minister van Finantiën, zullen
ons de kroon van eerlükheid niet laten ontrukken." Ik
wensch dat in het vervolg niet alleen door deze Ministers
W van hen zelven, maar dat door allen van hen gezegd
M worde en niet anders kunne gezegd worden, dan dat
verdienen, hetgeen men als den eersten titel aan Momá
heeft toegekend: den naam van eerlijk man.
oI·Iier is geen spraak van eerlijkheid in particuliere aan-
= gelegenheden; de eerlijkheid, in deze zaak betrokken, is
die van den bestuurder, die hierin bestaat, dat hij met
naauwgezetheid en regtvaardigheid het publiek belang be-
trachte. Welnu, ik vraag of iemand kan gelooven dat deze
discussie, voortgezet, immer zal leiden tot zoodanige regt-
vaardiging in die opzigten als dit Gouvernement moet wil-
len en wij allen moeten verlangen? Ik meen, Mijnheer de
Voorziter, dat het vruchteloos is zich daarmede te vleijen,
maar dat deze discussie rijp is geworden voor ééne Con-
clusie.
* nDie ééne Conclusie is, dat deze zaak het onderwerp
moet uitmaken van een afzonderlijk parlementair onderzoek,
1 dat de Kamer geroepen is om hier in het publiek belang,
in het belang van de eer van het Gouvernement, gebruik
te maken van haar regt van enquête. In de voorziening
nu dat dergelijk voorstel niet kan uitblijven, wensch ik
van mijne zijde tot voortzetting dezer discussie niet mede
te werken/’
Met deze korte maar duidelijke en waarachtige uiteen-
zetting van den stand der kwestie, was het tweede bedrijf
van het drama ten einde.