HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 44

JPEG (Deze pagina), 704.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

lïf » ~
E

r
40
aan deze discussie geen deel zou nemen. Vvij zullen zijne
geheele redevoering hienlaten volgen, omdat juist aan-
leiding gaf tot die hevige tooneelen welke den volgenden
dag, in het derde bedryf van dit drama plaats grepen.
i nlk wenseh te kennen te geven dat ik, van mijne zijde,
tot voortzetting van deze discussie niet zal medewerken,
en ik wil zeggen waarom. Naar mijn inzien kan het voort-
5 zetten dezer discussie niet leiden tot het doel dat wij allen W
moeten trachten te bereiken. Ik heb den Minister van M
Kolonien in den aanvang van zijne laatste rede met ge-
noegen hooren zeggen: wieder waas van geheimzinnigheid,
' dat over deze zaak mogt liggen, moet verdwijnen. De Re-
gering zal daartoe in alle opzigten gaarne bijdragen, en =
verlangt dat de Kamer het hare doe." De Minister heeft
er bpgevoegdz ner moet na deze beraadslaging niet kun-
nen gezegd worden, dat iets niet behoorlijk opgehel-
derd. Er moet niets overblijven dat ten nadeele va11 de
Regering kunne worden uitgelegd?
nDat doel kan door eene voortzetting dezer discussie
niet worden bereikt. hebben hier te doen met eene
groote verscheidenheid van betwiste ten deele technische
feiten, waarin reclames van belanghebbenden, het publiek
belang, en de eer van het Gouvernement betrokken zijn. ,
nAan de reclames van belanghebbenden, bewerende dat
hun onregt is gedaan, en dat het publiek belang is ver-
ongelükt, moet zoo mogelijk het stilzwijgen worden op-
gelegd. Het moet volkomen blijken, dat hier geenerlei ver-
ongelijking heeft plaats gehad. Dat eischt inzonderheid ook
i de eer van het Gouvernement.
l ««De Minister van Finantien heeft, in eene vorige rede
over dit onderwerp, zich en zijn `ambtgenoot voor de
M Kolonien in goed gezelschap gebragt, in dat van MOLE, en
l ik hoop dat de geschiedenis die twee Ministers steeds in
{ zoo goed gezelschap moge laten. Van Momä was gezegd-
l