HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 36

JPEG (Deze pagina), 691.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

la ‘
E
l
j 34
maar eens aan den Heer VAN VLISSINGEN zelven gevraagd?
Wie weet, of e1· dan niet achter was gekomen.
Die goede Mijnheer PAHUD! zouden nog vele der-
gelijke voorbeelden van zijne uitnemende scherpzinnigheid
Q en zijne kinderlijke onschuld in deze gansche discussie
j kunnen bijbrengen. Maar wij willen ons slechts tot nog een
enkel bepalen. doen dat met de woorden, voorkomende
_ in de Memorie van Beantwoording van den Heer VAN HOëVELL, -
waarin de zaak, die wij bedoelen, kort en eenvoudig en
l duidelijk is verhaald.
«»Aan den aan zijne verpligtingen niet voldoenden Aan-
A nemer zijn later, naar het beweren van velen, in afwijking
van de voorwaarden van aanbesteding, groote gunsten en
voorregten geschonken.
uAan hem zijn onder anderen 100,000 pond duiten af-
gestaan, zonder dat hij nog een enkel pond muntplaatjes
heeft geleverd. Dit is tegen Art 3 van het bestek, waarin
bepaald wordt: ndat aan den Aannemer dan eerst het oude
Indische koper zal worden afgestaan, wanneer hij de eerste
100,000 ponden muntptaatjes uit door hem zelven op eigen
kosten te leveren koper zal hebben vervaardigd/’ En dat ‘
men in deze eerste aflevering op den bepaalden tijd van
de bepaalde hoeveelheid een waarborg heeft willen zoeken -
bij de afgifte van het oude koper aan den Aannemer,
blijkt uit hetzelfde Art. 8, waar gezegd wordt: nBlijkt het
echter uit een onvoldoemden voortgang van het werk, of uit
andere omstandigheden, ter beoordeeling van het Muntcotlegie,
i dat de Aannemer aan zijne verpligtingen niet voldoet, of
die voor het vervolg niet zal kunnen nakomen, dan kan,
j op voordragt van het Collegie, de verdere aflevering van
oud koper worden gestaakt/’
t nNu is het bewezen, dat, ofschoon de aannemer thans
E reeds vier termijnen van aflevering (400,000 pond munt-
l
l