HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 35

JPEG (Deze pagina), 713.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB


33
Zeer curieus is het ook te zien, hoe de Heer PAHUD in
’t naauw zat, toen de Heer HOIJNGK hem vroeg, waarom
, hij toch bü voorkeur aan den Heer vm Vnrssinemr de
aanneming had gegund; te meer dewijl hij er opmerkzaam
» op gemaakt was, dat die heer geene fabriek had en onmo-
gelijk aan zijne verpligtingen, wat den vereischten spoed
` betreft, zou kunnen voldoen.
. Allerlei uitvlugten! Eerst was het: ndie mededeeling is
I mij door eenen der concurrenten gedaan, en daar mogt ik
l dus niet op afgaan." Goed, maar waarom dan niet eens
l aan een ander, die er niets mede te maken had, gevraagd
Z (indien gij zelf zoo iets niet kondt begrijpen): is het mo-
gelijk, dat iemand, die nog geen fabriek bezit, zelfs nog
, geen grond om dien op te bouwen, binnen zes maanden
1 de eerste 100,000 pond duitenplaatjes kan afleveren?
l Toen was het: uJa, maar die concurrent, die mij de
mededeeling deed, was ook zelf niet staat, om binnen den
bepaalden tijd gereed te komen." Als of dat er iets toe
deed, indien het al waar was. Als of dan niet de natuur-
ä lijke gevolgtrekking was: welnu, als de beide laagste in-
A schrijvers, die beiden op dezelfde voorwaarden willen wer-
ken, niet gereed kunnen komen, dan zullen wij op nieuw
eene aanbesteding houden. En bovendien ­- de presumtie
is er toch voor, dat iemand, die eene fabriek gereed heeft,
· spoediger gereed zal zijn dan een ander, die dat ding nog
moet laten bouwen. Wat bliefje?
Men had aangevoerd: ude Heer VAN Vmssmeun wist
zelf`, dat hij niet in zes maanden kon leveren, hij heeft
dit in zijne brochure gezegd. De Regering had dit ook
moeten weten." En wat antwoordde de Heer PAHUD: ndit
spreek ik volmondig tegen; de Regering wist dit niet en
kon dit niet weten." Maar indien iedereen het wist, doch
de Regering alleen het niet kon weten, had zij het dan
3