HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 24

JPEG (Deze pagina), 698.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

ff I-M I
j ,
x
` 22
voornemen bestond, de vervaardiging van de plaatjes en
het munten gelijktijdig aan te besteden, had een Amster-
damseh fabriekant, die niet behoorde tot de gewone koper-
fabriekanten, zich verstaan met den muntmeester, ten einde
dat werk gezamenlijk aan te nemen. Tegen die handelwijze
. is geen bezwaar opgekomen. VVanneer de vervaardiging
en de 1nuntslag publiek waren aanbesteed, had toch de
muntmeester even goed als ieder ander kunnen eoncurreren. ___
j nVVat gebeurde er, toen de Minister van gevoelen ver-
anderde" (en toen men besloot, dat de stempelslag ofhet
l munten zou geschieden, onder het toezigt van het Munt-
Collegie, door den Muntmeester)? ««Nadat dit geschied was,
is de Muntmeester uit eigen beweging gegaan naar den
fabriekant van Amsterdam, en heeft gezegd: ik kan mij
‘ met de zaak niet inlaten. Die ander wilde, dat hg zon
blijven deel nemen in de aanneming, die van de plaatjes
zou geschieden. Ik geloof, dat er geene wettelijke bepaling
bestaat, die zoodanige deelneming in die fabriek zou heb-
ben verboden, maar de Muntmeester heeft, uit een gevoel
_ van betamelijkheid., daaraan geheel gerenoneeerd. heeft
gezegd: uDie plaatjes moeten later komen bij de munt en
wanneer ik maar voor één halve cent voordeel heb in die
fabriek, zal men altijd daar iets achter zoeken en meenen,
dat de zaak niet is als zij behoort ‘)."
De Minister is alzoo van vneening, dat de Muntmeester
eene overeenkomst heeft aangegaan met den Heer van VLIS-
SINGEN, toen nog het Gozwervzement het voornemen hdd om de
j bezveidcing der mmztplaaçjes en dan zmmtslag geïcunenlyïc uit te
i *) In de bewuste Conferentie, gehouden in het Kabinet van den
[ Minister van Finantiën, op den 8 October 1855, is te kennen ge-
, geven, ndat de Heer Burn verklaard heeft van alle deelname in de
zaak af te zien, daar hij de mogelijkheicl 22007·mg, dat de Zeveriazg
van m1mtpZaaz'jes wm den mimlslag zoude worden cgfgescïieiden en
Q voor dat geval, ook bij het reeds veelvuldig geschrijf in de ImZiëo·,
ir zich op een volkomen onzijdig standpunt geplaatst wensel1te."
»
I
r
n
I i
x