HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 17

JPEG (Deze pagina), 710.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

I
15 · i
warmen ijver om de Ministers te verdedigen, die phrase
omtrent Mona een ukreet van het hart" heeft kunnen noe-
m men. Maar waarom dan toch die kreet? Werd zij door
i aandrang van buiten afgeperst? Voorzeker neen, want
niemand was er die drong - of ’t moet de heer WINT-
GENS geweest zijn, de eenige die het woord heeft ge-
voerd. Ziet de Heer Gaonn niet in, dat, indien het wer-
., kelijk een nkreet van het hart" ware geweest, hij door in-
wendigen cecmdmng zou ontstaan zijn? Gevoelt hij niet,
dat hij hier onwillekeurig (?) ‘) eene voor den Minister
niet zeer aangename interpretatie aan zijne prachtige phrase
heeft gegeven? _
Maar wij willen nu de woorden van den Heer VRoL1K
nemen gelijk ze zijn; wij willen niet onderzoeken of ze
j gepast, of ze in zijnen mond op dat oogenblik natuur-
lijk waren; wij vatten ze op, afgescheiden van de om~
j standigheden, in den zin van een goed en prijzenswaardig
" voornemen: nwat er ook gebeuren moge, wij Ministers
ï zullen ons den titel en de kroon van eerlyk man niet la-
ten ontrooven."
Is men echter aan dat voornemen ook later getrouw ge-
bleven? Die vraag zouden wij bij het einde zoo gaarne
bevestigend beantwoorden en daarom veroorlooven wij ons
deze brochure te schrijven.
Toen de Minister over Mona en de ueerlijkheid" sprak,
was er nog niets voorgevallen, dat de zaak der nduiten­
plaat_jes" met de vraag naar eerlijkheid in aanraking bmgt,
Maar naar mate die zaak meer is bekeken, werd ze al
*) Ik zet hier een (?) want dewijl de Ministeriële gemoedsaan·
cloeningen van den Heer Groen zeer variabel zijn, zou ’t ook wel
Y mogelijk kunnen wezen, dat hij bij dit gedeelte zijner redevoering
in een andere rol was, dan bij andere gedeelten. Men weet tegen-
woordig nooit regt, hoe het met de Ministeriële gezindheid van dat
l lid gesteld is.
I
* l
T
l