HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 13

JPEG (Deze pagina), 729.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

l
11
oog; maar ontving weer een vloed van volzinnen en woor-
den tot antwoord, en altoos dezelfde phrase: ««De gegadig-
den moeten geacht worden de wetten te kennen."Zij kwam
dus met den Heer PAHUD niet verder; hield het voor
hopeloos eene meer duidelüke en verstaanbare opheldering
van hem te verkrijgen, en zij stapte alzoo van de zaak
af, na echter het gewigt harer bezwaren te hebben doen
" uitkomen in de volgende opmerkingen:
i«De Commissie meende op dit punt de aandacht te moe-
ten vestigen, omdat het hier een niet onbelangrijk voordeel
voor den aannemer geldt, en omdat, indien de gegadigden,
vooral ook de buitenlandsche, die van de gelegenheid tot
inschrijving niet zijn uitgesloten geworden, vooraf verwit-
tigd waren geweest, dat uitzigt op dit voordeel bestond,
de aanneming welligt tot minderen prijs zou hebben kunnen
geschieden; terwijl misschien ook, omdat de vrijdom in
het bestek niet beloofd was, zoo deze naderhand werd
toegekend, daarvoor eene evenredige korting op den aan-
nemingsprijs ten voordeele van ’s Rijks schatkist had kun-
nen worden gedaan?
Vervolgens maakte de Commissie nog den Minister op-
merkzaam op de zonderlinge omstandigheid, dat de ver-
` vaardiging van de drie millioen Nederlandsche ponden dui-
tenplaatjes aan den Heer VAN Vnissixemï is gegund, die
de voor het werk benoodigde fabriek nog niet bezat, en
dus onmogelijk aan zijne verpligtingen kon voldoen, terwijl
een ander fabriekant, die in 't bezit was van al 't benoo-
digde en lager had ingeschreven, door den Minister is
voorbijgegaan.
Daarop werd door den Heer PAHUD aan de Commissie
het volgende geantwoord: udat de laagste inschrijver voor
geheel het werk de Heer van VLISSINGEN is geweest, die
voor f29.29 per 100 ponden heeft ingeschreven, en dat
daarenboven drie inlandsche fabriekanten, ieder voor een
i
i
i
l