HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 11

JPEG (Deze pagina), 719.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

9
dit maar eenigzins met zijne Antecendenten kan overeen-
brengen. Alleen de Heer VAN Bossn behoort tot die leden,
waaraan het Ministerie gewoonlijk den naam geeft van
ude oppositie."
Bij die Commissie nu waren mededeelingen ingekomen
nopens het gebeurde betrekkelijk de Aanbesteding van
het versmelten en tot duitenplaatjes verwerken van onge-
vee1· 3,000,000 Nederlandsche ponden Indische koperen
specien voor de nieuwe koperen pasmunt, die in Nederlandsch
Indië zal worden ingevoerd. Deze mededeelingen schenen
deze, men mag haar wel noemen zeer ministeriële, Com-
missie zoo gewigtig toe, dat zij eenparig besloot, daar-
omtrent nadere inlichtingen van de Ministers te vragen.
Zij verzocht den Minister van Kolonien, krachtens de ·
bevoegdheid haar bij Art. 33 van ’t Reglement van orde
verleend, in haar midden te verschijnen, en den 14****
November voldeed de Heer PAHUD aan die uitnoodiging.
Wat waren nu de bezwaren, die men in deze bijeen-
komst tegen den Minister inbragt?
Vooreerst maakten de Heeren WINTGENS, DoMMnn VAN
Ponnnnsvnnnr, Bmms, van Bossn en vAN FRANCK den
Minister opmerkzaam op eene zeer verkeerde handeling,
A waaruit, indien zij werkelijk had plaats gehad, groote
schade voor den Staat voortvloeide. De Commissie deed, _
namelijk, opmerken, dat het Amsterdamsche huis P. vAN
VLISSINGEN, ’t welk de levering der muntplaatjes heeft
aangenomen, vergunning heeft verkregen om de koperen ,
bladen of repen, waaruit de muntplaatjes vervaardigd j
moeten worden, met vrgjdom vom regten in te voeren. Maar j
zij meende tevens, dat van het voornemen, om zulk eenen 1
vrijdom te verleenen, in het bestek en de voorwaarden
van Aanbesteding, opgenomen in de Nederlandsche Staats-
courant van 21 Februarij 1855, geenerlei melding is
gemaakt.
N

I
<