HomeDe eerlijkheid en de duitenplaatjesPagina 10

JPEG (Deze pagina), 686.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 34.41 MB

if -
8
II.
Toen de Minister van Finantien, op den 5"°“ December
1.1. door den Heer W1N'rGnNs voor ’t eerst werd geinter-
pelleerd over de beruchte zaak der nduitenplaatjes", ant-
woordde hij onder anderen: nonlangs las ik in een der
bladen een berigt omtrent het afsterven van den Franschen
Staatsman Momá. Daar was eene lijst van hooge Ambts­
betrekkingen bügevoegd, welke hij vervuld had, en die
· hem door verloop van tijden alle waren ontvallen. E1·
I, bleef hem geen enkele betrekking over dan die van lid
der Fransche Akademie. Maar voegt het blad er bij, er
is een andere titel, die hem, ook nadat hij ten grave is
gedaald, volgen zal, het is de titel van eerlgjk mem. Mijne
Heeren, al onze ambtgenooten en de Minister Van Kolonien
en ik zullen, welke aanmerkingen men ook maken moge
op ons gedrag als Minister, ons nooit en door niemand
dien titel, die kroon, laten ontrooven."
Dat waren zeer fraaije woorden! dat zou al een zeer
treffend oogenblik zijn geweest, dat zou zeer goed gespro-
ken zijn, indien er eenige regtstreeksche of zijdelingsche
beschuldiging ware ingebragt tegen de early/cheid der Mi-
nisters. Maar dat was geenzins het geval. Wat was er
gebeurd? A
De Commissie van rapporteurs voo1· het Ontwerp van
Wet, tot vaststelling van hoofdstuk XI der begroeting
van de Staatsuitgaven voor het dienstjaar 1856, was za-
mengesteld uit de Heeren WINTGENS, DoMM1aR VAN Pon-
m¤RsVELn·r, BEENS, VAN Bossn en VAN FRANCK. De eerste
en de laatste zijn verklaarde voorstanders van het tegen-
woordige Ministerie. De Heer BEENS is niet minder een
trouwe steunpilaar van de Ministers en mag veilig onder
de Ministeriële leden gerekend worden. De Heer DoMMER
schraagt ook het tegenwoordig Gouvernement, zooveel h§
·•
[1