HomeIs het tractaat tot regeling der suikerbelasting, geteekend tusschen Nederland, België, Engeland en Frankrijk, in het ware belanPagina 5

JPEG (Deze pagina), 750.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 47.47 MB

5
heeren UYTTENHOOVEN en MOTK1á, mannen die op theore-
tisch terrein allen lof verdienen, doch volgens ons niet vrij
te pleiten zijn van zekere angstvallige bezorgdheid voor de
belangen van de schatkist, wel met inachtneming hunner
opvatting van de Nederlandsche handelsbelangen, doch
tevens op vele zeer belangrijke punten rondtastende in het
onzekere , en daardoor bevreesd, zich toch nog te bedriegen
in het bereiken van het doel der geheele conventie, hetwelk
` is: groote opbrengst der suilrer­belasting in het belang van de
schatkist, en afschajing van alle bescherming der Neder-
landsche en van alle Europesche rajinaderüen.
Toen wij, onder den titel van Bedenkingen over den
sui/cer­accvgns in verband tot den Nederlandschen handel,
voor eenige maanden eene brochure schreven 01n het belang
van den suikerhandel te doen gevoelen, eindigden wij onze
laatste zinsnede met deze woorden: Wil men overigens geene
bescherming, men trehlce dan de geheele saikerbelasting in, en
daarmede neme men dien doorn van bescherming voor velen weg.
Indien wij dus toen reeds vermeenden, dat bescherming
voor het bestaan der ragïnaderijen onnoodig is, dan traden
wij reeds met de heeren U. en M. op het terrein van op-
heffing van hetgeen men nu nog wil bestempelen met den
naam van bescherming, mits andere landen dit ook doen,
en mits (men versta dit wel) onze handel, in zijne eigenaar-
t dige positie, ten gevolge van de geringe consumerende
krachten der natie daardoor niet te gronde ga.
In beginsel zijn wij dus tegen bescherming; ook hebben
de Nederlandsche raffinaderijen volgens ons gevoelen die
niet noodig. Zij zullen blijven bestaan, en zich alsdan kun-
nen rigten naar de behoefte voor binnenlandsch verbruik,
verwerkende 25, misschien 30 millioen Ned. ponden. Wiel
is waar, de groote établissementen , thans aan duizende
handen werk verschaffende, zullen niet meer noodig zijn,
maar de mogelijkheid bestaat, dat de raffinaderijen, natuur-
lijk in minderen omvang, bij voor lien gunstige wending van
prijzen op de Nederlandsche markt, nog eenig werk vinden