HomeIs het tractaat tot regeling der suikerbelasting, geteekend tusschen Nederland, België, Engeland en Frankrijk, in het ware belanPagina 4

JPEG (Deze pagina), 755.53 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 47.47 MB

4
len zoo gewigtig, dat men eerst na rijp beraad en overweging
van alle gevolgen voor den handel en de kolonien, zoowel
als voor de schatkist, tot zoodanige conventie mag overgaan.
Immers, hoe was het zonder zoodanige voorlichting an-
ders te verwachten, dan dat althans de Rotterdamsche Kamer
van Koophandel in algemeenen zin hare adhaesie zou schen-
ken aan het beginsel van afschaffing van beschermings-pre-
mien, aan gelijkheid van wetgeving? Zij, die het beginsel van
vrijen handel en vrije scheepvaart­wetgeving in de ruimste ‘
mate huldigt! Doch, al zij het ook dat wij die beginselen
even zeer aannemen, even als die van afschafüng van voor
den handel bezwarende bepalingen, gepaard met gelijkheid
van verdeeling van belastingen , zoo is echter de Nederland-
sche wetgeving op het stuk van belastingen nog zoo
gebrekkig, de bezwaren op den handel zijn nog zoo vele,
en de toestand van enkele takken van handel en nijver-
heid is nog zoo eigenaardig, gelijk het geval is met den
suikerhandel in het bijzonder, dat, hoe zeer wij het ge-
voelen der Kamers van Koophandel niet gering willen
achten, haar votum, in algemeenen zin gegeven, voor alle
handels-kwestien nog niet als afdoende en alles beslis-
send mag gelden; te minder, zoolang door het motto geheim
de weg tot het nemen van informatien in moeij elijke materien
afgesneden wordt. Wij betreuren het, dat de wet aan de
Kamers van Koophandel, zoover dit mogelijk is, niet de ver- c
pligting oplegt, hare beraadslagingen, even als die van de
Gemeenteraden en der eerste en tweede kamers van de Sta-
ten­Generaal,publiek te houden ; dit zoude niet anders dan tot
nuttige wisseling van denkbeelden op het stuk van handels-
beginselen kunnen leiden. Laat ons hopen, dat de Rotter-
damsche Kamer van Koophandel ook daarin het voorbeeld
eenmaal geve door een kloek besluit.
WVij erkennen gaarne, dat de Minister van Finantien
thans den koninklijken weg der volledige openbaarheid heeft
betreden, en niet minder de gezonde redeneerkunde , d0or~
stralende in de memorie van toelichting, gesteld door de