HomeIs het tractaat tot regeling der suikerbelasting, geteekend tusschen Nederland, België, Engeland en Frankrijk, in het ware belanPagina 17

JPEG (Deze pagina), 698.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.50 MB

PDF (Volledig document), 47.47 MB

l
l
l
l
g 17
De Fransche regering daarentegen liet voor circa 20 jaren
i nog bij inslag der rafiinadenrs de regten contant; betalen,
' en bij uitvoer betaalde de rafhnadeurs de nitvoerpremie
· terug, waarvan het gevolg was, dat een jaar voorkwam,
dat de regering aan de fabrieken frs. 20,00(),UUO verloor
{ door die terugbetalingen. Op gelijke beginselen was de
vroegere drawback (terugbetaling) in Engeland gegrond,
die mede ingetrokken werd.
"' Van dat systema kwam men dus spoedig terug; en in be-
ginsel volgde Frankrijk later denzelfden weg als Nederland.
Maar men onthoude wel, dat Frankrijk ter consmmie van de
overpmzclen 37 millioanen zielen heeft, hooger uitvoerpremie
gat`, en dus nooit de uitvoer-panelen. zoo hoog als Nederland
opvoerde. Doch daar kwam, na jaren aankweeking en aan-
nioediging, een ander kwaad voor den zeehandel uit den
grond. Het was de beetwortehcnltnur; en moeijelijk werd
het voor de Fransche regering, dat zeer groote belang te
vereenigen met het koloniale en handelsbelang.
Men zal dus thans kunnen begrijpen , wat het beginsel
der uitvoerpreanieu was, en wat de gevolgen waren voor den
groothandel.
Engeland, met 27 Millieeh zielen die 500 mil-
lioen kilo consumeren, stond op zich zelf, en schatte sints
lang (wij vermeenen dit 30 geleden is) alle uitvoerpre-
mien at`, als voor zijn bestaan als de eerste handels- en
consumerende natie der wereld, onnoodig _
Määï de ]VecZerZancZsc7ze , Frcmsche en Belgische sc/zat-
Icisteu hadden hun woord nog niet me«Z«>gespr07c@n. Zij waren
overtuigd, dat er overal bescherming bestond, en onderling
klagende over elkanders bescherming, vond een voorstel om
deswege eens een algemeen overleg te maken een gewillig
oor. lien begreep echter Engeland op de partij te moeten
noodigen; en Albion vond dit niet alleen niet kwaad, maar
het zag daarin zijne eigene toekomstige nog vernxeerderde
grootheid door de concurrentie, vooral der kleine staten, in
materie van handel te neutraliseren.
2
i
jl