HomeIs het tractaat tot regeling der suikerbelasting, geteekend tusschen Nederland, België, Engeland en Frankrijk, in het ware belanPagina 11

JPEG (Deze pagina), 734.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 47.47 MB

l 1
Zeehandel en uitvoerhandel namen dus weder toe. De
Natie kreeg steeds goedkooper suiker. De rafïinadeurs
klaagden over te groote onderlinge concurrentie, maar de
schatkist kreeg weder niet hare verwachtingen.
Welkewasdusdebeschermingdiederaiünadeursgenoten?
Deze bestond in het verbod van invoer van siroop en
_ in de hoogere regien, waarmede gedurende al die jaren
vreemd gerajineerd bg invoer belast was, dan de regten
·­ waartoe bij uitvoer Nederlandsch geraiïineerd werd toege-
laten. Beide artikelen werden dus niet ingevoerd.
De Natie verbeeldde zich die protectie der rafiinaderijen
te betalen, zonder te erkennen of te doorzien de voordeelen
daaraan verbonden , welke zich verdeelden over de handel
drijvende Natie en over het consumerende deel derzelve.
Doch in 1852 eischte de regering ook haar aandeel, en
verhoogde het rendement van 73 op 79% Ned. pond, maar
decreteerde daarbij, dat de wet op de suiker een minimum
moest opbrengen van f l,5()O,()OO,- te verkrijgen door een
soort van hoofdelijken omslag over de raflinaderijen. Zoo
die opbrengst niet bereikt werd, dan zoude zij de uitvoer-
premie evenredig verminderen, of wat op hetzelfde neder-
komt, het rendement der ponden verhoogen; dit kwam dus
op de inkorting der voordeelen van de fabriekanten neder,
tenzij de Natie de overponden zooveel duurder zonde willen
betalen. De Natie, dat is de consumerende Natie, weigerde
tot hooger prijzen te koopen , en de raffinaderijen , tijdelijk
die ve1 hooging van het rendement niet kunnende opwerken
en daarbij niet zulke sommen kunnende missen, vermin-
derden hunne verwerking. Het gevolg was, dat de uitvoer
van geraffineerd in 1853 ll millioen Ko minder werd. Spoe-
dig echter leerden zij zich te helpen, door zich van blanker
suiker te bedienen, en in 1854 en 1855 was de uitvoer weder
5 à. G millioen Ko. meer dan in 1853, maar bleef nog 5 à
7 millioen Ko. beneden 1852.
Toen de regering echter zag, dat dit middel ook bare kas
eindelijk stijfde, werd in 1855 dienvolgens bij decreet het