HomeIs het tractaat tot regeling der suikerbelasting, geteekend tusschen Nederland, België, Engeland en Frankrijk, in het ware belanPagina 10

JPEG (Deze pagina), 725.70 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 47.47 MB

l
10
I meerder ponden werden geraffineerd voor uitvoer, en dewijl
.j het rendement van het jaar 1829 tot het jaar 1840
1 door de regering steeds verhoogd werd, van 55%; tot 67%,
bleven steeds minder ponden over voor binnenlandseh ver-
bruik, en de binnenlandsche behoefte kreeg genoeg, maar
niet te veel. Doch geld kreeg de regering zeer weinig.
In 1831 bragt dc belasting op ........................ f 55,530,-
N 1832 « H II · ........................ II 15,241,-
» 1833 ii H « ll . ....................,., « 97,548,-
van 1834 tot 1839 gemiddeld ..................... ll 199,500,- "
In 1840 toen nog meer stoornfabrieken waren
opgerigt, bragb zij slechts op ..................... « 43,519,-
Toen dit bleek , bepaalde de regering in 1840 dat men
wel crediet konde krijgen voor de 100 Ned. pond regten,
mits men 3 % der regten betaalde contant. Van 1841 tot
1844 bragt de belasting door die 3 96 jaarlijksf248,362
op (van de jaren 1845 tot 1850 ontbreken ons de opgaven).
De handel vermeerderde andermaal. Daardoor Werden
meer overponden gefabriceerd, en de Natie profiteerde daar-
yvan door goedkoop suiker te gebruiken, ten gevolge van
grooter aanbod. Die twee groote belangen profiteerden, maar
niet de schatkist.
De regering vermeerderde of verhoogde dus het rende-
ment weder in 1846 en eischte in plaats van 57-à Ned. pond ,
in uitvoer, nu 73 Ned. pond, en de voorbetaling van 3% bleef.
Andermaal werkten de fabrieken harder, en begonnen
zij blanker suiker te gebruiken, om uit 100 Ned. pond suiker
meer ponden zuiver geraffineerd ter aanbieding tot uitvoer
te verkrijgen, en de belasting bragt eindelijk op
in 1851 ........................... f 776,739,-
ll 1852 ........................... ii 852,279,-
maar steeds werd de suiker-scheepvaart grooter: steeds ver-
ïneerderde de uitvoerhandel, en steeds meer aanbod van
goedkoop suiker kreeg de Natie, zoodat de raffinadeurs,
tegenover de consumtie te hard werkende, in 1850 en 1851
gedwongen werden, ten einde hunne overponden te kunnen
verkoopen, de inelissenf 10 12 per 100 Ned. pond, dus
op de toenmalige waarde 35 % onder de prijzen voor uitvoer
te verkoopen , en de siroopprijs liep op f 15.