HomeOpheffing der tiendenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 693.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.29 MB

PDF (Volledig document), 12.23 MB

12
worden, dat zij niet meer behoort tot dezen tijd. l
Schrijver dezes is ook onder de tiendpligtigen, maar
nog ruim zoo veel onder de tiend­geregtigden. Zijn *
verlangen naar opheffing zal dus wel niet aan baatzucht j
of aan progressisme worden toegeschreven.-
Wil men in ernst opheffing der tienden, - en het
wordt hoog tnd,- dan moet de opheffing, ’t zij door
afkoop of door conversie, niet overgelaten worden aan
de wederzijdsche partijen, want dan komt er van de i
opheffing in ’t algemeen niets. -
Hoogst zelden behoort het tiendregt over eenen
geheelen blok, aan eenen enkelden eigenaar, maar j
meestal aan vier, vijf of meer.
De Tiend-geregtigden zullen hunnerzijds het initiatif
niet gaan nemen. Zij houden zich maar stil, ’twelk _
dan ook in den aart der zake ligt. -
Dus moet de Tiend-pligtige het werk opzetten.
Maar,­~ waar zal hij zijne Tiend-heffers gaan zoeken? W.
Hij kent hen meestal niet, veel min hunne woon-
plaatsen. Het zijn Rentmeesters of gemagtigden, die
jaarlijks de tienden komen verpachten. En van dezen
kan men weinig medewerking verwachten. -
De Tiend-geregtigden wonen veelal verspreid, som-
` tijds ook buitenslands, vaak zijn er minderjarigen
onder, of ook absenten, al hetwelk het opzetten eener
’t zij geregtelijke, ’t zij buitengeregtelijke procedure
i schier onmogelijk maakt.-
V Dan weder zijn de aandeelen in het Tiendregt vaak
Z zoo verbrokkeld door erfverdeelingen, partiëlen ver-
jr