HomeOpheffing der tiendenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 572.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.25 MB

PDF (Volledig document), 12.23 MB

9
van weigering om het bedrag in ontvang te nemen,
wordt te dier zake toegepast het M8 hoofdstuk der
wet van 28 Augustus 1851, Staatsblad no. 125.
Anr. 17.
Alvorens de afkoopsom der Tiendregten, aan den
Regthebbende wordt uitbetaald, «- worden uit de af-
koopsom de, op deze regten als zoodanig, gevestigde
hijpothecaire Obligatiën en renten, aan de schuldei-
schers afgelost. En worden ook de lnschrüvingen tot
zekerheid van borgtocht of van niidderjarigen en der-
jï gelijke opgeheven. Alles nadat belanghebbenden er
op zijn gehoord. Desgelijks ook de onkosten aan het
slot van art. 18 vermeld.
jj Am. 18.
lx
. De onkosten die van Rijkswege gemaakt moeten
worden tot uitvoering dezer wet, worden gevonden
uit hetgeen de Tiend-Obligatiën, boven pari zullen
kunnen geplaatst worden. Wor·clt dat overschot on-
voldoende bevonden, dan wordt het overige door den
Tiendpligtige gesuppleerd. Kosten van procedures,
casu· quo, worden gedragen aan de zijde welke in het
ongelijk gesteld wordt.
ART. 19.
De tiendblokken, waarover de Conversie, door toe-
doen der partijen, of van eene derzelve, niet is volbragt