HomeHypotheekbanken en pandbrievenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 736.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.43 MB

PDF (Volledig document), 12.02 MB

S
als ik mij in alle mijne geschriften verhief tegen de geldbe-
legging in staats-elfekten) , maar dat ik ook, met niet minder
overtuiging en nadruk, wat goed is wil aanbevelen.
De strijd dien ik sedert lang voerde tegen de nog zoo bij-
zonder geliefde wijze van geldbelegging in staats­etfekten, grondt
zich vooral op de omstandigheid, dat deze soort van fondsen
voor verreweg het grootste gedeelte de vertegenwoordigers je
zijn van verdwenen kapitalen, en de overtuiging dat, naar-
mate de gelegenheid om leeningen te sluiten den regeringen
minder aangeboden wordt, de groote oorzaken van volks-
rampen, waaronder de oorlog zeker wel in de eerste plaats
genoemd moet worden, zich minder menigvuldig zullen voor-
doen. Daarentegen beval ik steeds het Nijverheidskrediet aan,
omdat dit de werken des vredes bevorderen, de menschen vriend-
schappelijker tot elkander brengen en waarachtig volksgeluk ten
gevolge moet hebben. Het komt er maar op aan om aan te too-
nen dat de voordeelen, welke men tot heden steeds bijna uit-
sluitend aan de staats-effekten verbonden achtte, ook werkelijk
aan het Nijverheidskrediet kunnen worden gegeven, mits dit op
goede en verstandige wijze worde toegepast: en de Hypotheek-
ömzt en hare PamZb¢·ieve¢z zijn daar om die bewering te staven.
Onder bevestiging van al hetgeen ik in mijne werkjes:
Söaalskreelieá ea Pawfé/culiewkrecliet en Gelclbelegging, tegen het
Staats- en v00¢· het Nijverheidskrediet, als mijne overtuiging
heb uitgesproken, en zonder vooralsnog andere koncessiën te
kunnen doen aan de voorstanders van de geldbelegging in
staats­etfekten, dan ik in het laatstgenoemde opstel gedaan
ï heb, kan ik voor het oogenblik eens aannemen dat al wat
men ten veorcleele van de staats-effekten opsomt, werkelijk en
geheel en al juist en waar is. Die voordeelen nu zijn: 11 fondsen
geven aanleiding tot besparing, het onderpand vereischt gêêll
zorg; de rente is dadelijk betaald; het kapitaal is ieder oogen-
blik weder in klinkende munt te verwisselen/’ ') Zie, deze
1) De Gids 1860, pag. 718.