HomeDe Aprilbeweging en de oude Oranje-partijPagina 25

JPEG (Deze pagina), 749.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 33.28 MB

17
aijn, moeten het tegenwoordig ministerie en zijne
aanhangers die beschuldiging wel ter zijde zetten.
Maar er is nog eene beschuldiging tegen het
vorige ministerie gedaan, die niet geheel vreemd
aan dit opstel is, de beschuldiging namelijk van
centralisatie­geest. De vraag is hier, wanneer die
geest is af te keuren. Werkt hij zoo, dat alle
P individuele, alle plaatselijke en provinciale zelfstan-
digheid wordt vernietigd, dat niets geschieden kan,
’twelk niet van het hooger bestuur uitgaat, dat hij
zelfs handel en nijverheid aan zijnen leiband wil
laten loopen, -­ dan voorzeker is die centralisatie-
geest zeer af te keuren.
Maar verstaat men er onder de werking van een
krachtig bestuur, dat waakt, dat geene bijzondere
belangen, geene plaatselijke of provinciale vooroor-
deelen de algemeene belangen hinderlijk zijn; dat
regt en wet overal worden gehandhaafd tegen on-
wil of kleingeestigheid; dat juist daardoor de in-
dividuele vrijheid wordt beschermd, de particuliere
ondernemingsgeest wordt opgewekt, ­- dan rekenen
i wij zulk eene centralisatie een zegen voor het land;
` ln dien zin is de centralisatie, meenen wij, meest
, door het ministerie Tnonenckn toegepast. En in
j dien zin werd ook, zoo als reeds vroeger is
opgemerkt, van ouds door de Oranje-partij verlangd,
die, wars van dat ellendig foederalisme, dat alle
krachten van het bestuur verlainde, juist door verhef-
fing van een vorst uit den ®ranje­stam, kracht en
eenheid in het bestuur meende te zullen vinden.
Maar het was ook nu, als vroeger, de aristocratische
factie, die dat krachtig werkende bestuur hin-