HomeDe Aprilbeweging en de oude Oranje-partijPagina 24

JPEG (Deze pagina), 734.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 33.28 MB

al wi l d d d `
l

i
j 1lG
E
te geven, zijn er twee meer bepaalde beschuldigim
gen gedaan, namelijk dat het ministerie 'l`horbeeke
den Koning niet genoeg vrij liet bij het doen van
benoemingen en het geven van ridderordes, en dat
l het de namens den lloning voorgestelde wetten,
l zonder eerst den Koning gehoord te hebben, in
j belangrijke punten amendeerde of liet amenderen.
l Wat het eerste punt aangaat, komt het mij P
K voor, dat men bg die beschuldiging de verhouding
l der ministers tot den Koning en de natie uit het
I oog verliest. De Koning kan toch ligt uit mede-
lijden, uit persoonlijke goedwilligheid, of op aan-
drang van sommigen, die hem omgeven , genegen
l zjjn , iemand tot eene of andere betrekking te be-
l noemen , of een eereblijk toedenken, waarvan het
j den minister blijkt, dat hjj de verantwoordelijkheid
j niet op zich kan nemen. Of zon. een minister, bij be-
r‘ noemingen tot ambten of uitdeeling van eerehlijken,
‘ slechts moeten eontrasigneren wat hem werd voor-
gelegd? Dan zou de ministeriële verantwoordelijk­­
heid in dit opzigt alle mogelijke waarde verliezen.
, En wat het tweede punt betreft zullen Wij al- i
leen opmerken , dat het onmogelijk te bepalen is,
Waar het regt van amendement, eenmaal aan de j
vertegenwoordiging gegeven , zijne grenzen vindt,
en dat toch geen enkel wetsvoorstel kracht van
_ vvet erlangt, zonder, na de behandeling in de lia-
. mers , ook door den lioning te zijn goedgekeurd.
'l`rouwens, na het gebeurde met de llerkwet en de
O. I. llluntvvet, die staande de zitting schier ge-
heel, zoowel wat het hoofddenkbeeld als wat de
onderdeelen aangaat, door amendementen gewijzigd