HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 38

JPEG (Deze pagina), 563.75 KB

TIFF (Deze pagina), 5.69 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

v ä
ë l
` l
i li
l De ziel, men ziet het, verkrijgt bij den norma- Q
len mensch een zeer hoogen graad van zanienge-
j steldheid. Zij vormt er de vereeniging van een
aantal eigenschappen die wij in de wandeling aan- ’
` v duiden door den naam van vnimoerxs. Deze ziels- J
vermo<>‘ens echter ziin niet soher. van elkaar on- _
TJ d 1_ ._;
derschoidcn maar vloeijen ineen tot een bewonde- '
renswaardig geheel. Nu is eenmaal voor de prak- C
_ tijk hunne afzonderlijke behandeling onmisbaar,
zoodat wij ze in het dagelijksch leven onder bij- j
zondere namen onderscheiden. Toch moet iedere
psychologie, zal dien naam met eere dragen, i .
ter de<>‘e rekening houden van de over<>‘an<>‘en tus-
¤ e e e
schen die zielsverniogens en de wijze waarop laatst- .
enoemde met elkaar in verband staan waaroa zi`
J l J
A zich het een uit het ander laten aiieiden.
«· Aan dezen eisch te voldoen is bij het boven-
‘ staande ons ernstig streven geweest. Hebben wij
ons doel nu bereikt, zijn wij er in geslaagd de
grondslagen te leggen voor eene gezonde bruikbare
j psychologie, wijzelf erkennen ons onbevoegd het te
{zy beslissen. Maar dit vertrouwen wij: menigeen een
leiddraad te hebben gegeven tot denken en eene
i aansporing om onze zwakke poging te steunen en
tl dienstbaar te maken aan het streven van alle ware
is
jj denkers.
i

ll!