HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 34

JPEG (Deze pagina), 588.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.80 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

E ( i
· ii
Z ti 28 H
Zeer de aandacht verdient ook ons uitgangspunt. Hoe
meer dit ingewikkeld is, hoe meer voorstellingen het
bevat, zoo veel grooter is ook weder het gevaar dat het
niet aan de werkelijkheid beantwoordt. Het geldt dus
. als regel bij alle denken en redeneren dat wij ons uit-
gangspunt zoo eenvoudig mogelijk nemen, dat wg liefst il
altijd terugkeeren tot een of weinige enkelvoudige voor-
stellingen.
Er is eene wetenschap waar de controle door proefne-
i ming overbodig is, eene wetenschap, wier uitkomsten ’
j, wij op het onbepaaldst kunnen vertrouwen ~ het is wis- {
ti kunde. De reden hiervan kunnen wij gemakkelijk in-
zien. De wiskunde toch gebruikt geene andere dan
j enkelvoudige voorstellingen, waaronder zich derhalve geen
i gewroehten van de verbeelding kunnen bevinden, en ver-
bindt deze voortdurend door gewone sluitredenen. Sluit-
redenen van vier termen zijn hier onmogelijk.
Dat de sluitreden ook bij dieren voorkomt is meer
dan waarschijnlijk. Slechts zou men uit sommige hunner
j handelingen opmaken dat zij het vermogen bezitten om
twee of meer sluitredenen te verbinden
v
` 50. Door de sluitreden, nn linnn, door het nnnn-
Q vmiuioonx , wordt ons leven eerst waarlijk leven.
i W Zonder de sluitreden hadden wij niet eens het recht
H om onderscheid te maken tusschen ons en de hui-
(1) Zoo verhaalt Scnnomnrn VAN mm Koxix het geval, dat eene
i slak in eene bijenkorf was gekropen en hier door hare bewegingen ‘
i á stoornis aanriehtte. De bijen, zich van dien onkwetsbaren gast wil-
· lende ontdoen, namen de list te baat om de randen van zijn huisje
l