HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 29

JPEG (Deze pagina), 509.86 KB

TIFF (Deze pagina), 5.57 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

23
MOGEN OM BESLUITEN TE TREKKEN, DENKVERMO-
GEN (I).
Zulk eene overgebragte verandering heet sLU1T-
1 REDEN (SYLLOG-1sMUs).
i Iedere sluitreden komt inderdaad, wat den vorm betreft,
` volmaakt overeen met eene eenvoudige verandering in
I de natuur. Niet alleen bestaat ze even als laatstge-
noemde uit drie deelen , maar ook valt het gemakkelijk te
bewijzen dat de drie oordeelen van de sluitreden (major,
minor en conclusie) respectievelijk beantwoorden aan de
drie deelcn van het natuurproces (toestand van even-
wigt, oorzaak en gevolg) (vgl.
Het eindresultaat van de sluitrede noemen wij ook
i wel eEnAcnTE (2). ` E
Eene uitgedrukte gedachte noemen wij DENKBEELD.
Even als in de natuur ieder gevolg op zichzelf een toe-
stand van evenwigt is waarop eene nieuwe oorzaak kan
( werken, zoo kan ook iedere gedachte het uitgangspunt
i worden van een nieuwe sluitreden. Zoo ontstaat er eene
i keten van sluitredenen - cEnixc11TENLooi> (3).
..~­.­
(I) Denken is _dus niets anders als inwendige
w a arn emin g. Dit hebben onze voorouders geweten lang vóór-
dat er sprake was van eene empirische wijsbegeerte. Getuige de
woorden: contemplare, beschouwing, bespiegeling.
De empirische wijsbegeerte sluimerde in de taal. i
(2) Er is hier natuurlijk enkel sprake van rede-gedachten. De ,
kunstgedaehten, inuziekale gedachten bij voorbeeld, behooren bij
de verbeelding t’huis (verbinding van toonvoorstcllingen).
(3) Denken is dus niet anders dan waarnemen van de natuur i
die afgespiegeld is in ons binnenste. i

i
l
l