HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 28

JPEG (Deze pagina), 549.88 KB

TIFF (Deze pagina), 5.57 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

V:
ii 22
Splitst de inhoud van onze ziel zich in twee groe-
pen van voorstellingen en worden iedere van deze
beiden beurtelings door oude voorstellingen versterkt
dan kan het lang duren eer een van beide het be- ä
i wegingsorgaan prikkelt ­- ovnmne, mwnnmen
sritmn. `
De eindbeweging van zulk eene werking heet I
nnxnnnme.
45. Kunnen voorstellingen en aandoe-
ï‘ ningen van de werkelijkheid abstraheeren, evenzeer
kunnen wij dit doen met veranderingen, met
werkingen. Substitueeren wij nu in zulk eene ge- ;
abstraheerde werking twee van de termen door nieuwe
termen dan zal ook de derde term verschillend moe-
ten zijn van den derden in de natuur. Zooltng echter
de twee eerste termen aan de natuur beantwoorden l
en in onze verbeelding op natuurlijke wijze op elkan- F
der gewerkt hebben, zoo zal ook de derde term L
Q beantwoorden aan den derden term van de werking ";
A in de natuur.
i Om de natuurwerkingen te beschouwen behoeven
’ dus niet altijd gebruik te maken van onze zin-
tuigen. Door juiste voorstellingen op elkander te
i laten werken op de wijze van de natuurwetten en
« de resulteerende nieuwe voorstelling in de toekomst
‘ over te brengen kunnen wij de loop der natuur vol-
‘ gen zonder haar reehtstreeks waar te nemen - vnu-
«