HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 22

JPEG (Deze pagina), 549.46 KB

TIFF (Deze pagina), 5.59 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

l
. l
e y
W 16 (
eene en dezelfde kategorie (beginsel van de spraak).
Doet bh verschillende menschen dezelfde indruk altijd I
dezelfde voorstellingen ontstaan, dan bestaat er moge-
lijkheid van iiisnnnnmiive.
Alle voorstellingen duren, nadat hun prikkel heeft
opgehouden nog eenigen tijd voort maar sterven dan
weg (vnnonrnx). Hoemeer echter eene gevvaarvvording
wordt opgeroepen, zooveel te meer neemt de neiging A
voor die voorstelling toe. De dingen komen ons
j vast in het geheugen.
39. Het reprodueeeren van gevvaarwordingen kan
i ook plaats hebben door middel van inwendige prik-
kels, de wil bv. (vgl. 35).
In dit laatste geval zeggen wij dat de herinne-
ring willekeurig geschiedt. - »/Orrtoiïrnx van
voonsrnLLmeii>:".
Omgekeerd noemen wg de herinnering onwille- I
keurig wanneer buiten den wil om of tegen den l
wil in (opgedrongen) geschiedt.
40. De gevolgen van het herinnerings-vermogen
zijn zeer belangrijk. i
ik Dit vermogen toeh maakt dat niet alleen de ge-
? waarwordingen (indrukken) van het oogenblik maar
ook die van het verleden invloed hebben ter bepa-
i ling van de stemming en derhalve (vgl. 30) van
; de bewegingen.
2 _, ’ Lust en onlust nemen nn de vormen aan van
srur, nnnonvv, zniirvornonxiïve enz. _
Si
1
W