HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 17

JPEG (Deze pagina), 498.88 KB

TIFF (Deze pagina), 5.60 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

l
r l
B ll
Houdt de prikkel op te bestaan dan gaat het
bewustzijn, tijdelijk althans, verloren (bewuste-
loosheid).
Hetzelfde gebeurt zoodra, onafhankelgk van het r
bestaan des prikkels, het orgaan verwoest is.
Bij den mensch hangt de prikkel naauw zamen met
het bloed en bevindt het orgaan zich stellig in de her-
senen. De hoeveelheid bloed in de hersenen kan niet H
i beneden een zekeren maatstaf dalen zonder dat het be- ·
ï wustzijn uitgedoofd wordt. Is echter het orgaan t
l normaal gebleven dan keert, zoodra de normale
. hoeveelheid bloed in de hersenen hersteld is ook het
bewustzijn onmiddellgk terug.
t
l 28. Het verschil tusschen ik en niet-ik is niet
’ altijd even scherp. Het bewustzijn is niet altijd
V . even duidelijk. Vliij kennen toestanden van overgang
tusschen bewustzijn en bewusteloosheid -- mzooM- ïj
ronsrannnu. Bij ons zelf nemen wij zulke toestan-
j den onder verschillende omstandigheden waar. Als
normaal merken wij ze op bij vele lagere dieren. {
29. Zoodra het bewustzijn eene bepaalde inten­ j
siteit bereikt, neemt het ook een bepaald karakter
aan. Het eerste verschil dat we hier ontmoeten is
dat van Lusr en oNLUsr.
30. Lust en onlust zijn de middelen waaraan wij het
bewustzijn in de natuur herkennen. Lust en onlust
l