HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 15

JPEG (Deze pagina), 384.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.60 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

·
1 /z / ./ »/.z `~./`,/./`././//'J'//'/`./x/`.’/// `J'/`././'/`/'//.*/_ r`,///
I I
I I
I
I I
I‘ ,.
BIJAONDER GEDEELTE. I
I. I
1 _______ ’I
II I
II I
.I v
E
jj 25. Psvcnonoern noemen wij de wetenschap van
jj de mi. . I
{I
’I . I
jj 26. Om het antwoord te vinden op de vraag wat _ j
JI verstaat men onder ZIEL moeten wij vooreerst in
’I . I
jj het oog honden dat het spraakgebruik dezen term j
I alleen laat gelden ten opzichte van den mensch.
Vervolgens komt het er op aan te weten welke E
eigenschappen bij den mensch kunnen wegvallen zon-
der dat men ophoudt hem eene ziel toe te kennen.
I
Zoo dit gaan onderzoeken, zullen wij vinden j
dat men op zijn minst zóólang van iemands ziel I
II
blijft spreken als er nog een spoor van zelfbewust-
zijn, van leven bg hem valt waar te nemen. Inder-
.. I
daad, een mensch moge zijne hoogere vermogens Ip
I
I
I
I
· I
I
I
I