HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 13

JPEG (Deze pagina), 494.46 KB

TIFF (Deze pagina), 5.65 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

7
door een zeker aantal andere veranderingen. Er
l heeft een kring van veranderingen plaats -
` WERKING.
22. Daar de wereld zich aan ons vertoont als
i eene onafgebroken aaneenschakeling van verschillen,
i zoo kan hierin geen nieuw verschil ontstaan zonder
i dat er een (of meer) ander aan was voorafgegaan.
l Dit laatste verschil noemen OORZAAK of IPRIKKEL.
E Het verschil in toestand vóór en na de werking
noemen wij GEVOLG of UI1·wEaI<r1~IG.
Uit het gezegde volgt dat er geen gevolg is
zonder oorzaak.
Al wat buiten den kring van veranderingen ligt
dien wij als werking (proces) hebben leeren kennen,
heeft hierop geen invloed. Vfij kunnen derhalve
dien kring naar believen in tijd en ruimte verplaat-
sen zonder dat er aan de werking of de wijze waarop
p zij eindigt iets verandert. Vij drukken dit uit door
l te zeggen: GELIJKE ooEzAKEN HEBBEN (ALTIJD EN
OVERAL) GELIJKE GEVOLGEN.
In denzelfden zin spreken wij van ooazAi<ELIJi<
VERBAND of eenvoudig vmmsann. I
23. Deze waarheid, waarvan de grond eigenlijk in de
; organisatie van onzen waarneniingstoestel gelegen is,
_ heeft voor ons het hoogste belang. Zij toch stelt ons I
` in staat tot het maken van voorspellingen. Overal
waar wij te midden van bepaalde verschillen een nieuw