HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 12

JPEG (Deze pagina), 530.41 KB

TIFF (Deze pagina), 5.65 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

6
ding tot dat voorwerp beschouwd, noemen wij zijne
EIGENSCHAPPEN. l
Yliij kunnen derhalve zeggen: elk voorwerp is j
gelijk aan de som van zgne eigenschap- j
pen op eene bepaalde wijze verbonden.
Zijn wij in staat die eigenschappen ieder a{`zon­ .
derlijk alsmede hunne wijze van verbinding naauw- j
keurig uit te drukken dan beroemen wij er ons op I
dat voorwerp te KENNEN (1). H
20. Een uitstekend hulpmiddel om een zeer zamen- A
gesteld iets te leeren kennen bestaat daarin om het
na te gaan in zijne ontwikkeling. Hierbij toch ver-
krijgen in den regel zijne eigenschappen stuk voor
stuk hare grootste duidelijkheid, zoodat eene reeks
van eenvoudige aftrekkingen ons in staat stelt ze
ieder afzonderlijk na te gaan.
21. Het ontstaan van een verschil drukken wij
uit door VERANDERING.
Ontstaat er een verschil van qualiteit dan spreken wü
van vEm1EEnnEP.1NG of vEm11NnE1uNG.
Eene verandering in afstand noemen wij BEWEGING.
In den regel wordt iedere verandering gevolgd
(I) De definitie volgens welke `de wetenschap als een geheel van ;
kennis beschreven wordt (Buys Bauer, Orzooivmiz) is derhalve
van de mijne (1) niet wezenlijk verschillend.