HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 11

JPEG (Deze pagina), 413.79 KB

TIFF (Deze pagina), 5.66 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

I
r
E 5 E
l
l Verschillen die alleen in hoegrootheid onderschei- «
den zijn noemen wij enriansooivrie.
Verschillen die alleen in hoedanigheid onderschei-
« den zijn noemen wij GELIJK.
Alle sekundaire verschillen zijn gelijksoortig.
141. Een verschil dat uitgedrukt is noemen wij
vE1moUnï:~re of nErnEi<.i<1ne.
15. Een geheel van verhoudingen noemen
Tonsmnxo.
16. Vallen er twee qnalitatieve verschillen zamen
dan ontstaat er een zru1ExeEs·rEL1> vnnscnïn
Valt een verschil in qnantiteit zamen niet een
verschil van rigting dan spreken van VERSCHIL in
Arscmnn (nrsmnn).
17. Valt de uitgebreidlieid zamen met verschil
van kleur dan spreken van een BEELD.
18. Valt het beeld zamen met een verschil van
weêrstand (1) dan noemen het, sroE, voon- A
WEEE. ‘
19. De verschillen, hetzij eenvoudige of zamenge-
l
stelde, die een voorwerp zamenstellen, in verhou­ l
· l
(1) Het kenmerk van de stof is dus we er s tan d. ·
l
l
I
l l