HomeInleiding tot de wijsbegeerte. II, Grondlijnen van de zielkundePagina 10

JPEG (Deze pagina), 535.96 KB

TIFF (Deze pagina), 5.66 MB

PDF (Volledig document), 18.48 MB

j r
ii
j l
(
4
,
ln dezen zin kan men zeggen: ALLE KENNIS BERUST or
‘vAAnN1·:n1No.
12. Evenals alle deeling (l) zoo heeft ook ons
onderscheiden zijne grenzen. <
13. De verschillen waarop eindelijk stuiten,
zonden wij kunnen noemen: verschillen van de eerste i
orde (rn1nA11<n YEllSCIIILLEN>.
Door in onze verbeelding het onderscheiden nog ­
verder voort te zetten verkrijgen wij verschillen van
de tweede orde (secundaire verschillen). Zulke se-
cundaire verschillen noenien wij ook wel Krirneo-
nrnnn of m~:en1rrnN. (De verschillen zijn onderling
verschillend.) Voorbeelden: verschil in hocgrootheid
(QUAN·rrr1n·r) en in hoedanigheid (oUALrr1s1r). Het
verschil in qnantitcit vervalt weder in verschil van
rwïn, verschil van Urronnninuunmiy verschil van
mrnxsrrnrr, verschil in sennnrrn (dnidelij k-
heid) enz. Het verschil van qnaliteit vervalt in
verschil in runnen, in wnênsmxn, in nrcrrrïne, in
GEDAANTE, in U1’reEnnn11>1ï1s1D enz.
De som van alle verschil in duur noemen wij TIJD
De soni van alle verschillen in richting ­- RUIMTE.


(l) De nieening van velen dat alle deelbaarheid onbegrensd zijn
zou achten wi_j ten eeneinale uit de lucht gegrepen. _
(2) Den tijd zonden wij eigenlijk kunnen beschouwen als een der
afdeclingen van het AL , als eene bepaalde richting. Wij doen dit
ook telkens onbewust bij onze berekeningen.