HomeVasthoudenPagina 37

JPEG (Deze pagina), 667.40 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 66.77 MB

l
á
Q
27 l
.. ll
trjd en krachten aan het vruchtelooze scheppen ·;
van schijnvvaarden: hij ,,weegt geld uit voor
; hetgeen geen brood is, en arbeid voor hetgeen l
niet verzadigen kan."
Vandaar de vvereldsche waardeering van het
bezit der zienlijke dingen. Wie niets is, wil l
met alle geweld wat hebben om zichzelf en anderen
daarmee den schijn voor te tooveren van iets te
zijn. Menigeen, die zichzelf om goede redenen .
nooit afvraagt wat hij zelf waard is, monstert
· voor zichzelf en étaleert voor anderen de waarde
van z’n goederen. Hij verwart de waarde van
z’n bezit met de waarde van z’n persoon. De L
arme man merkt niet eens hoe ontzaglijk ver-
nederend het is voor ’n mensch de beteekenis van V
z’n persoon te moeten zoeken in den omvang tv
van z’n bezit. Ook ontgaat het hem hoe vruchte- #
loos het is. Ongelijksoortige dingen kunnen elkaar i
niet aanvullen. Quantiteit en qualiteit zijn nu
eenmaal incommensurabel. De hoeveelheid
van iemands bezit kan als zoodanig nooit of te i
nimmer iets toedoen aan de hoedanigheid
van z’n persoon: nullen vormen nooit een ,
getal. Q
Daardoor is die dorst naar bezit zoo onver-
ä
1
l
K