HomeDogmatiek en cultuurPagina 8

JPEG (Deze pagina), 844.80 KB

TIFF (Deze pagina), 8.30 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

» l
r
Het probleem der levens~differentiatie staat er opnieuw.
De kringloop van het denken is hier weder gesloten. Van de
constantie der soorten zijn wij door de selectie en de mutatie nc
en de hybridiseering heen weder tot de constantie der soorten
gekomen. Want wat uit de bastaardeering zich voor de
evolutie hopen laat, komt voor verklaring van het geheel
der levens~differentiatie ter nauwernood in aanmerking. Het
probleem van het leven pijnigt ons nog. De rectoralis, alhier
in 1913 gehouden, moest ontkennen, dat de eenvoudige E
verklaring de juiste is; moest vaststellen, dat vooralsnog het ä
leven zich aan ons opdoet als drager van eigene, organische
wet naast de wetten van substantie en causaliteit. De ver~
1 klaring der zedelijke en geestelijke verschijnselen, gelijk die l
l door Darwin en na hem in zijn lijn is beproefd, mag als
j minstens onbevredigend worden gestempeld.
j Terwijl zoo telkens reeds het niet-"natuurlijke" zich hand~
D haaft, breekt nog eens in dezelfde sfeer het geestelijke uit
i, met kracht. Een geestelijke drijfveer werkt in het zoeken F
naar een wetenschap, die alles monistisch en controleerbaar E
;_ verklaart. Geestelijke motieven verraden zich, als de evolutie~ l
gedachte jaagt naar het vinden der eenheid, waarin de bot~
sing is opgelost tusschen het zedelijke en het niet~zedelijke,
W tusschen norm en wet, tusschen mensch en dier. Het geestelijke
' werkt, zoovaak wij onbevredigd zijn met het constateeren
W van feiten, doch tot interpreteeren overgaan; nog eens weder j
l en sterker nog, wanneer ·­­« als in de sociale wetenschappen in i
den breedsten zin voortdurend - op het constateeren en inter~
“ preteeren dan het waardeeren volgt. Hier is norm, maatstaf
Y werkzaam. Wie inleeft in de politieke en sociale en ethische t"
vraagstukken, ontdekt het geestelijke, dat er schuilt èn werkt. 5
Nu in de behoefte aan beoordeeling, dan in de behoefte aan
een drijfveer tot daden spreekt zich de behoefte aan geeste~
lijken ondergrond uit. Niemand kan hier op eenig terrein
j zich uiten, of hij zal aanstonds doen blijken van zijn dogma~ l
g - 6 ·­·
I
U 2