HomeDogmatiek en cultuurPagina 33

JPEG (Deze pagina), 826.40 KB

TIFF (Deze pagina), 8.32 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

"""""*"'*¤*•-·w@ _ "­" rçç ~­7¤¤' ¤­•»,_w.,.,....-»`««Jï;·r~­ ··""""’*"­*·'»««,(<1r¢vv,j»¢v>»·)nv~g·p;y. wm ,,.,,.,.,«-¤«,_,,,;__`_;(g`,,§; :s,C-,;‘?:;7$;?w· *"H¥Y>*f•:;•K6Q.,:.f,53dçs]ll»,¥«~~’~‘:• Lv « * pw wg,-\­
‘ Hooggeleerde Cannegieter! Dit uur is voor u vol weemoed.
l omdat het weemoedig moet wezen, arbeid neerleggen niet om
vermindering van arbeidskracht maar louter om een bereikten
i leeftijd. De weemoed is bij u met bitterheid gemengd om de
, richting en om den persoon van uw opvolger. Liever dan dit
I! alles te bedekken door een aantal frasen van beleefdheid of
dankzegging, die u niet aangenaam zouden wezen uit mijn
mond, wil ik sober volstaan met de verzekering, dat ik behoor
onder hen, die uw weemoed en bitterheid gevoelen. En toch
behoef ik daarmede niet te volstaan; er is een werk door
if u verricht, dat gij kunt blijven verrichten en waardoor gij
velen ook buiten de academische kringen aan u verplicht hebt
S en verplicht. Ik denk aan uw kerkrechtelijke adviezen, waar-
omtrent verschil van oordeel mogelijk blijft bij de groote
verwarring in onze kerkelijke wereld, maar aan wier nobelen
zin en onpartijdigheid nooit iemand heeft getwijfeld.
Dames en Heeren Studenten! Wij kennen elkaar. Van
ä cursus en conferentie, van kerk en catechisatie, van persoonlijk
gesprek: wij kennen elkaar. Laat het onder ons zoo blijven.
ë Laat de nieuwe naam, waarmede gij mij aanspreekt, geen ver-
breeding van afstand beduiden. Uw aller studie en het leven,
i waarin gij staat, stelt u tegenover geestelijke vragen; ik zal
L dankbaar wezen, als ik u daarin van dienst kan zijn. En ik
{ zal mij verblijden, als gij zult voortgaan eenig licht van mij
te wachten tegenover de sociale vragen, die zich al meer i
.. opdringen aan allen kant en die gij moet verstaan, zoo gij
onze dagen en uw taak verstaan zult.
Mäne Heeren aanstaande predikanten! Gij begeert een
werk, dat ik meer dan twintig jaar heb gewerkt en gedragen
met mijn heele ziel; waarvan ik èn de heerlijkheid èn de
.j -« 31 F.