HomeDogmatiek en cultuurPagina 32

JPEG (Deze pagina), 804.22 KB

TIFF (Deze pagina), 8.32 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

v E kunnen schijnen voor wie een blik op den ,,series" slaat en nl
ontdekt, welke vakken ik moet doceeren. Maar naar mate l
j ik dat alles te minder ben, moet ik te meerder waardeeren,
dat ik in uw kring als collega mag vertoeven. Zeer velen l
j j uwer zullen mij met voorlichting kunnen dienen; ik waag het L
lf nauwlijks een beroep op uw goedwilligheid te doen, omdat
ik daarvan reeds te voren zeker ben. De vriendelijkheid,
.’ waarmede uw krans en de afgetreden rector mij tegemoet
trad, toen ik nog niet behoorde tot uw kring, staat mij
daarvoor borg.
fe
Müne Heeren Hoogleeraren in de Godgeleerdheid! Met _
f u verkrijg ik nauwer relaties dan met de overigen; persoonlijk
= j heb ik die reeds. Uw werk en het onze »­~ dat van collega
. Daubanton en mij ·-­ moet aansluiten, als wat mede ,,ratio" $
van uwe faculteit is: de opleiding van predikanten, goede .
{ vrucht afwerpen zal. Moge die aansluiting bij voortduring
R worden gevonden en versterkt. En wilt gij vooral de schatten ii
` van uw studie en ervaring mede ten dienste stellen van den
’l in diensttijd jongsten onder u.
5
gj E Hooggeleerde Daubanton! Wij moeten op het allernauwste l
J samenwerken. Reeds eer ik uw collega was, hebt ge mij den W
l raad gegeven van het ,,contrahere vires in unum;" toen heb
t ik er niet naar geluisterd omdat ik het niet konde; nu kan ik ;
i ~ het en zal ik het doen. Het zal zeker niet de eenige raad "
= _ uwerzijds wezen, die mijn persoon en arbeid ten goede komen
· A kan en zoo ook den jongen mannen, voor wie wij in specialen yr
fx zin verantwoordelijk zijn. God doe ons zoo samen~arbeiden,
tx F dat onze studenten ontvangen, wat voor hun naderend werk
hun zoozeer onmisbaar is.
E , "‘ 30 "‘ .. QQQ
jrij