HomeDogmatiek en cultuurPagina 29

JPEG (Deze pagina), 862.44 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

, .`~,,.,..,-.--­­· .¤:­,;j»··v ï‘-«‘v|?’!X§?(. ’·!»'ä­·5vi­ï¤·­€ ll "·Y­$•_. »·"=ï
inadéquates à leur objet. Dan, dat de dogmen dus het reëele
niet geven, maar onzen indruk; enkel le rapport de confiance,
j de crainte, d'amour se relevant dans l°esprit de l'homme; zij
drukken ons gevoel uit. Daartegenover stellen wij tweeërlei.
Ter eener zijde, dat het symbolische en het inadaequate los
van elkaar moet worden behandeld, omdat tusschen die beide
geen innerlijke relatie bestaat. Een beeld kan het adaequate
treffen; het inadeaquate volgt niet uit het bovenmatuurlijke
maar uit het bovemverstandelijke. En het ,,symbolische°' gaat
méér zeggen dan het zeide en zeggen mocht, wanneer daarin
het inadaequate vervat is. Ter anderer zijde volgt uit het
symbolische het louter subjectieve niet; ons beeld drukt niet
ons gevoel uit, maar ons gevoel zooals het door Gods ob~
jectieve werk gewekt is, d.i. hetgeen wij bezitten van God. "
Eindelijk een gedachtengreep, die aan het symbolisme ver~
want schijnt. Wel menigmaal vraagt men niet naar het
dogme; doch naar kern, wezen, idee, essence, bedoeling, [
inhoud daarvan. Deze aanduidingen vertolken niet alle dezelfde `
gedachte; maar wij hebben er geen bezwaar tegen, dat men `
bij het dogme als zoodanig niet staan blijft, op het woord ·
als zoodanig niet zweert, doch binnendringt en dóórworstelt
om het innerlijke te grijpen. Mits het zware gevaar wordt ‘
vermeden èn van willekeurig indragen van onze gedachte in l
het gegeven dogma èn van gelijkstellen, wat niet gelijk te
stellen is. Wernle constateert en betreurt,1) dat Schlei~
ermacher aldoor beproeft in het dogma zijn geloof en in
het geloof zijn dogma te vinden. Niet enkel bij Schleier­ T
macher stuit men daarop! En zoo aanstonds het gaat over .
den ,,zin" der woorden, den ,,zin" van het dogma staat de
poort naar zij~wegen gapend wijd open. De allegorische en
f mystieke dogmemverklaring gaat hier paralel met de allego~
rische en mystieke Schriftverklaring. En wie in Scholten's
1) Einfiihrungz S. 298.
... 27 ...«

l