HomeDogmatiek en cultuurPagina 27

JPEG (Deze pagina), 834.52 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

-·•·»«­.»»«»­r«-­­`,,__`_,. . ..«­­­­­­­V~~~«m. ~· J
1
l
te stellen in zijn waren zin en het tegen misduiding te be~
hoeden door vergeläking. Vergelijking immers met verwante
_r_ of op~het~eerste~gezicht verwante stellingen.
1 Eerst de breede uiteenzetting van Abaela rdus in zijn
Sic et non 1). Daar staat de reeks van plaatsen uit de Heilige .
E Schrift en de Kerkvaders, die elkander tegenspreken; daar
i staan zij gegroepeerd in meer dan honderd vijftig paragrafen
, met dat altoos wederkeerend: ,,quod .... et contra". Bedoel~
« den wij, dat de dogmatiek zóó zeer aan alle richting moet .
l doen recht wedervaren en zóó om het ethisch karakter der Q
geestelijke dingen aan het vinden der formule vertwijfelen
moet, dat een leerboek der dogmatiek ten slotte een reeks E
l van onverzoende en onverzoenbare stellingen zal bieden; sic . . . .
l et non? Wij betwijfelen, of Abaelardus dit bedoeld heeft; l
i Hausrath vermoedt, dat hij de oplossing had en de op~ l
l lossing gaf; dat hij niet eindigde in nihilisme, maar alleen de ·,
stof verzameld en den weg gebaand hebben wilde voor een op~
l lossing. En in elk geval pleiten wij geen Sic~et­non­·dogmatiek; 1
maar ééne die alle zijden van de groote problemen in het 1
’ oog vat: keerzijde is niet tegendeel.
I Voorts dringt het scepticisme tot vergelijking. Wij hebben i
j twee dingen verklaard: dat wij de formule onvindbaar achten, 1
5 waarin de waarheid adaequaat wordt vervat en bewaard:
dat wij in de uiting van verschillende kerken en groepen en
l scholen elementen van het eene groote heil herkennen. Leidt Q
l _, dit niet van zelf tot scepticisme? Indien ten slotte alle kerken
l . waarheid dragen, de meest uiteenloopende uitingen waarheid `W
i zijn, dan brengt de pluriformiteit der kerken tot pluriformiteit
' der waarheid. Maar haar pluriformiteit is haar ophelïïng of
haar ontkenning. Waarheid~overal wordt tot waarheid-
nergens; te meer, als dit gevaar nu niet bestreden worden
kan door een reeks vaste formuleeringen, waarin althans deelen
1) Bij Migne, lat. 178; C. 1329-1610.
.., 25 ·-· 1

L