HomeDogmatiek en cultuurPagina 23

JPEG (Deze pagina), 800.51 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

r Tr; /_ ` __{ Y __ M »­.­~ ,..,., ,,..,....,... ­..,.. W- Y--­­· ~- - · '/"`>'“"‘*-
formuleering der ééne volheid, der volle eenheid slaagt
nooit. Ia, zij slaagt; maar dan ten koste van geestelijk goed nl
_, en ten bate van verstandelijk stelsel. Doch zoovaak de ethische l
l behoefte ·-· die aan het bewaren van àl het reëele ·­~ en de
speculatieve behoefte ·-­« die aan het nauwsluitende systeem -«
tezamen botsen, dan komt aan het ethische de voorrang toe.
Deze blik op het ethisch karakter der waarheid opent
tegelijk voor ons oog de synthese tusschen twee machten, die
hier veelal strijden. Immers het objectieve en het subjectieve, het
absolute en het relatieve. De eenzijdigheid ligt hier vlak voor
de voeten. Zullen wij alle gewicht zetten op de objectieve
waarheden, op wat nu eenmaal er is en vast staat, ook al
zou het ons innerlijk leven nooit hebben beroerd? Zullen wij
‘ enkel weten van wat ons hart opwelt? Hier het dorre ob~
jectivisme, daar het bodemlooze subjectivisme. Er is aan beide
zijden misverstand omtrent den tegenstander. Er wordt aan
beide zijden een element bewaard met zorg, dat tot geen
prijs mag worden verloren. Maar het is slechts één element.
En de dogmatiek is ook hier om worstelend te grijpen naar
de zuivere eenheid, die geen eenzijdigheid wordt.
Daar staat het objectieve. Van God en Zijn wezens­open~
baring en Zijn daden. Maar tweemaal werpt nu een vraag
zich op.
Dit objectieve moet intreden in de historie om te worden à
gekend, om te kunnen arbeiden; het treedt daarmede in de
wereld van het wordende en afhankelijke en vergroeiende;
is het nu subjectief en relatief geworden zóó dat het objectieve
en absolute is vergaan?
Niemand wil het. Maar het gevaar dreigt. luist daarom
gi is het streven zoo verstaanbaar om het geestelijke, het eigen~
jl lijke te stellen buiten de sfeer der historie. Lessing gaf
l het naar ééne zijde met zijn: ,,Zufällige Geschichtswahrheiten i
l‘ I
ä ·­· 21 ·-« l
l l
l