HomeDogmatiek en cultuurPagina 18

JPEG (Deze pagina), 871.54 KB

TIFF (Deze pagina), 8.28 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

. zuiver intellectualist is, terwijl de ethische conceptie door den
metaphysicus gedragen wordt. De oorzaak ligt inderdaad in
het metaphysische, het wezen der dingen. l c
Eerst der goddelijke dingen. Die ethisch zijn. Het beduidt.
, dat wij hier niet staan voor verstandelijke grootheden, ver­ Y
standelijke uiteenzetting, leer~openbaring, waarheid in Wes~ j
terschen zin. Maar voor de realiteit van God en goddelijke j
dingen; de waarheid in Oosterschen, bijbelschen zin als echte f
werkelijkheid. Dat het hier tevens om waarheid, juistheid,
zuiverheid moet te doen zijn, spreekt van zelf, bleek reeds, gaat J
nog blijken. Maar dit betreft alles de formuleering,de opvatting,
de onderstelling; het betreft niet de zaak~zelf, het wezen. >
Evenzeer is ons receptie·­vermogen ethisch van aard. Wij ;
komen hier buiten de duisternis niet, zoolang wij in de oude T
verdeeling volharden en den mensch zien als verstand, gemoed ”
‘ en wil, om nu te vragen, waar God den mensch treft, waar
‘ het contact tot stand komt. Ieder antwoord is dan even een~
­ zijdig en voert tot geheel noodlottig intellectualisme of my~
sticisme of moralisme. Het is niet te doen om een der uitingen .
van onze persoonlijkheid, doch om onze persoonlijkheid~zelf. '
{ Bij het geestelijke zijn wij~zelf en als geheel in geding. *
l Op dit punt heerscht meer dan noodige verwarring door een ‘
ll , moeilijkheid in de woordenkeus. Wij spraken van ons ,,centrum"; i
è· menigmaal noemt de Heilige Schrift hier ons ,,hart". Zoo is ‘
het duidelijk. Reeds wijkt de klaarheid, wanneer hier op den j
lg ,,wil" vooral gewezen wordt en op dit woord van Christus: _
l ,,Zoo iemand wil, Gods wil doen"; omdat zoo licht dit
I woord genomen wordt als aanduiding van den oorsprong
I onzer daden, dus de gedachten leidt naar het erf der moreele
, vragen, terwijl hier in Ioh. VII I7 aan dien dieper~liggenden
,,wi1" wordt gedacht, die de exponent is van ons wezen. _
Nog meer verduistering is hier gewekt door het gebruik van
ii de aanduiding: ,,geweten". Want dan toch wel zeer zeker
schijnt aan het moreele, de daden te zijn gedacht. Een mis~
j ~ - 16 ­­· `
llgè *
äiê
E ; '
al
l .