HomeDogmatiek en cultuurPagina 13

JPEG (Deze pagina), 847.20 KB

TIFF (Deze pagina), 8.41 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

l
niet iets gedacht, zich geen rekenschap gegeven van wat hij j
zeide. Een later bewerker heeft exegese gevende dogmatische
_` omschrijving gegeven en daardoor zeker den apostel meer
1 recht gedaan. Heeft niet zelfs Comte in zijn genoemden
Calendrier positiviste tweemaal den eisch gesteld, dat ,,culte" en ;
,,dogme" in overeenstemming zouden wezen? Comte's dogme! ~ .<
Soms wordt met dogmenloos christendom een christendom j
mèt dogmen bedoeld; met bepaald aangewezen dogmen en 1
dan zonder andere ook aangewezen dogmen. Zooals het dezer
dagen geformuleerd is, dat dogmatisch christendom beduidt
,,een christendom, waarvan Christus het middelpunt is" 1); dus
dogmenloos christendom een christendom, waarin Christus
niet de centrale plaats bekleedt, maar dat overigens in allerlei
dogmen zich uitspreekt. Hier blijft dus al het gevaar voor
reactie en versteening en bekrompenheid werken en is niets
gewonnen voor het eigenlijk doel. Wat langs dezen weg ook
niet kon worden verkregen, omdat geestelijk leven geestelijke
dingen onderstelt.
Mits dit laatste niet verkeerd wordt verstaan en niet tot
een carricatuur vervormd. In zijn uiteenzetting van het
"fïdeïsme" meent E. Ménégoz, 2) dat de orthodoxie croy~
ance maakt tot voorwaarde voor het heil, zoodat aanvaar~
ding van croyances het heil schenkt, verwerping van croyances
het heil doet derven. Een dubbele fout! Bezit en derving ‘
X van het heil zijn gebonden aan de foi, niet aan de croy­
l ance. En een gansch andere vraag is, of niet de foi zekere
, croyances onderstelt en onderstellen moet op straffe van te Q
denatureeren tot emotie, niet geloof. Een vraag, die trouwens
' door Ménégoz zelf bevestigend wordt beantwoord. Onge~
twijfeld staan nu nog gapende kwesties open en met een
1) Dr H. Oort in De Hervorming van 13 Mei 1916. jl
` ’) Zie Dr ]. Riemens ]r. Het symbolwfideilsme. diss. Rotterdam, Van
Gijn, 1900. j
;
.­ ll -· ,