HomeDogmatiek en cultuurPagina 12

JPEG (Deze pagina), 780.16 KB

TIFF (Deze pagina), 8.41 MB

PDF (Volledig document), 27.02 MB

P
fijnste weefsel; hier verhaalt in kalme doorzichtigheid de ver~
standige, hoe het wezen der teederste, diepste zieleschatten kan
worden ontleed. Meedogenlooze miskenning van het leven,
het diepe eigenlijke ..... `*
Geen dogmaticus mag aan deze bezwaren met voornaam~
a heid voorbijgaan. Integendeel moet de mogelijkheid worden
erkend à priori, dat deze bezwaren gesteld worden met zuiver
recht. In een tijd, die algemeemgeestelijk en religieus opleeft
als onze dagen, is meer dan ooit van noode, dat met schroom­
valligheid en angst de dogmaticus omziet of hij wellicht leven
beschadigt, wat opbloeit omlaag duwt. Er is gevaar van ,,steenen
voor brood." Dan, meer dan anders, moet de tijdgeest met
zijn vermoedens en angsten en afkeerigheden worden tegemoet~
e getreden; tegemoetgekomen zoo ver het immer mogelijk is.
Zonder dat het wezen der dogmatiek, het bezit der dogmatiek
ons ontvalle.
’ Zoo teekent de taak zich negatief en positief af. Negatief
_ in de aanwijzing van onbegaanbare wegen; positief in het
ä ‘ wijzen van de oplossing, hoe aan de ziele~beh0eften kan worden
f voldaan zonder dat deze behoeften worden geschonden.
I Negatief. Op drie onbegaanbare wegen wijzen wij.
, Eerst op die van het dogmenloos christendom. De gedachte
‘ lokt aan; want hier is alle bezwaar uit het dogme wellend
j gevallen èn toch is het christendom zelf bewaard. Maar de E
I aanduiding heeft meer dan één zin of heeft geen zin. ç
M Soms wordt inderdaad aan de mogelijkheid van een dogmen~ f_
. loos christendom geloofd. Bij Paulus' woord, dat ,,Christus 4
voor ons bidt in den hemel" teekende Meyerl) aan: ,,dog~
matische Näherbestimmungen sind wider den einfachen Wor~
ten"; een naïef toevoegsel, als had Paulus bij zulke woorden
1) Meijer ad Rom. VIII: 34. 1836 S. 199. `
[ ­­­· 1O »-·
>
I
1 ·
ï