HomeDe maatschappij Arti et Amicitiae, over de opheffing der Vierde Klasse van het Koninklijk Nederlandsch InstituutPagina 15

JPEG (Deze pagina), 566.40 KB

TIFF (Deze pagina), 5.81 MB

PDF (Volledig document), 9.11 MB

r
15
b. Veersmmlers zy` l2'ey‘”bebbe2·s der lfzmsá, (/je van buzz/te ge-
" zá2zcZbez'rZ, om be! deel der 11/mclezzzie ie bebiea bezvezvlerea.
blgjb hebben gegeven.
Even als voor vreemde Kunstenaars en voor voorstanders en liet?
hebbers der Kunst is dus de titel van lid voor den Nederlandsehen
U Kunstenaar verkrhgbaar. Hij neemt dien, zoo hem die wordt opge-
’ dragen, ook met genoegen aan en voldoet eene jaarlijksehe contri-
butie, om het doel der Akademie te bevorderen. Het zou echter
onbillijk zijn eene andere beteekenis te hechten aan dezen titel, dan
het reglement voorschrijft, te meer, daar aan de leden geen invloed
op de handelingen der Akademie is gegeven en hunne voorregten
vbestaan uit den vrijen toegang tot de Tentoonstellingen, hetwelk voor
Kunstenaars, die door hunne werken deze zamen doen stellen, geene
, beteekenis heeft, en uit de vergunning tot het geven van wenken en
het maken van aanmerkingen. welke ter gelegener tgd door denltaad
van Bestuur behandeld zullen worden. Van dit laatste voorregt wordt
geen gebruik gemaakt, omdat de gelegenheid daartoe, alleen in te-
genwoordigheid der leerlingen en kweekclingen gegeven wordt.
Uwe Exeellentie zal dus opmerken, dat de naam van Akademie.
alhier is toegepast op eene instelling van onderwijs, hetwelk niet
de Akademie van lVetensehappen niet het geval is.
De leden der Maatschappij ~.»1z·Zz' et AezZez'!z'ae" vertrouwen, dat
ig Uwe Excollentie een juister denkbeeld koestert omtrent de eerzueht van
de beoefenaren der Schoone Kunsten, dan dat zij, om eenen eeretitel
te meer, zich tot Zijne Majesteit zouden wenden, maar ten over-
vloede leggen zij de verklaring af dat de Nederlandsche Kunstenaar
alléén eer en roem verwacht van de diensten door zijn talent aan
het Vaderland bewezen. en vooral van de achting. die hij daardoor
den vreemdeling voor het Vaderland inboezeint.
(bn in hunne pogingen ter bereiking van dit laatste doel onder-