HomeDe maatschappij Arti et Amicitiae, over de opheffing der Vierde Klasse van het Koninklijk Nederlandsch InstituutPagina 12

JPEG (Deze pagina), 511.82 KB

TIFF (Deze pagina), 5.81 MB

PDF (Volledig document), 9.11 MB

à
te
20 Junij 1854. jj
x¤.1c7. Y
ide Ailleeling. i
De Minister van Binnenlandsehe Zaken, brengt bij deze, krachtens j
eene magiiging des Konings van den 13d¤¤ dezer, N°. 38, ter kennis li
van de Adressanten, dat Zijne Majesteit in der tijd hun eerste adres nl
in overweging heeft genomen, doch eene beschikking daarop onnoodig
geacht, dewijl, naar Hoogstdeszells inzien, de opheffing van het Ko-
ninklijk Nederlandsche Instituut geenszins aan de Beeldende Kunsten
haren rang heeft ontnomen; dat Zijne Majesteit ook geene termen ·
vindt tot het oprigten eener nieuwe instelling, bij het bestaan der
Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten te Am-
‘ .stm·zZa;2z, waarvan het lidmaatschap volgens het reglement aan kun-
stenaars van erkende verdiensten wordt opgedragen, en welke geacht moet
worden de Sehoone Kunsten te vertegenwoordigen; dat zoodanige instel-
ling niet bestaat ten aanzien der Vaderlandsehe Letteren en Geschiedenis,
en dat daarin de reden gelegen is, waarom ten opzigte van deze eene
uitbreiding aan de Koninklijke Akademie van lVetensehappen zal
worden gegeven; dat Zijne Majesteit vertrouwt, dat, het onder die
omstandigheden, niet weder in het leven roepen der VierdeKlasse,
door niemand, der zake kundig zal worden beschouwd, als eene mis-
kenning van het doel der Seheone Kunsten, en dat geen regtgeaard W
kunstenaar daarin de minste krenking zal zien of daardoor ontmoe-
digd zal worden.
_ _ ’s (inn vnxnixen, Namens den Minister,
i 20 Juni] 1854. Dc Scav·cim·is-Gcrzerazal
i (gc!.) J. SCHltöDER .