HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 86

JPEG (Deze pagina), 788.26 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

l
j E

l .
li `
H:5 '
l
te wenden tot uitbreiding der laatste, omdat de anti-nationale
ll rigting der laatste juist de rigting is, die ’t het meeste j
l directe voordeel aanbrengt; want zij (de buitenlandsche handel)
is zeer gewillig, om bij den val van iedere bron van welvaart, j
j en dus verlies van jn·<:ductiet` vermogen, dadelijk tusschen beide
te treden, en dat gemis door hunne producten of fabriekgoede-
j ren aan te vullen: zij willen zelfs wel in onze Oost leveren.
Alle lüurojieselie Stalen trachten dus bij ons het tegendeel daar- L,
j te stellen, den handel bij ons die rigting te doen verkrijgen, die
juist tegen de onze aanloojit. Zij leveren ons liever tabrikaten
dan grondstolten; ons belang brengt het tegendeel mede. Zij l
jj willen liever het geld der bearbeiding ons bij hen doen beta-
len, ons belang vordert, deze verdiensten hier te doen genieten
en alzoo steeds rijkdom en welvaart te vergrooten. Zij willen lie- t
ver op andere markten der wereld een industrieel minder, of
minder vermogend maken, wij willen liever op andere wereld-
markten met alleen ons vermogen trachten te behouden, maar
zelfs uit te breiden. Zij zien liever, dat wij hunne fa-
brikaten op onze markten buiten Europa. trachten te verkoopen, j
wij streven daarin liefst zelve door eigen fabrikaat te voorzien. t
i Dit is de strijd die men ten onregte noemt, den strijd tusschen
koojihamlel en nijverheid, doch deze benaming is onjuist; het
is geen strijd tusschen koophandel en nijverheid ; want de koop- <
handel der eerstgenoemde rigting is alleen duurzaam, en heeft
de steeds toenemende kiemen tot verdere ontwikkeling in zich,
de laatste het tegendeel, de strijd is dus niet tusschen koophan-
del en nijverheid, maar tussehen de rigtingen, of die nationaal
ol' anti-nationaal zijn zullen; de eene verrijkt, doet nieuwe bron-
nen van welvaart. ontstaan, de andere verarmt en stopt die, de
llij eene maakt; ons steeds toenemend eijnsbaar aan het buitenland,
i de andere maakt het buitenland cijnsbaar aan ons.
_j Yestig ik nu de aandacht op het individueel belang van
jll den handel, dan zal deze die fabriekjiroduetenigaarne buiten
ons land koojit , daar waar dezelve het goedkoopst te verkrijgen
zij11, en wel liever in het buitenland da11 hier, omdat zij `dan '
lt
li
til
tt
,,l
.

l