HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 84

JPEG (Deze pagina), 768.88 KB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

j ?*à_w_ HY rif Y i Y i X
j r

j;
V ·
l bl)
l .
j te kunnen nalaten, doch voegde er bij, later on1 verschillende
M redenen dat gevoelen 11iet meer te deelen; gaarne had ik die
l redenen van llCI11 vernomen, doch de tijd ontbrak toc11. Maar
1 nu aannenicnde, dat het eene volstrekte behoefte zijn mogt, j
j om dit verzeilen bij uitvoer te voorkomen, dat 111Gll dan trachtc
dit zoo veel mogelijk op te heffen. Ofschoon in den too11
waarin genocinde gezagvoerder sprak geene onvoorwaardelijke
noodzakelijkheid daartoe gelegen was.
j_ Toen echter zijn er in Nederland stemmen gehoord, op-
gegaan, of heeft 111911 bij adressen te l{CllH€1l gegeven, welligt j
ook van vreemden oorsprong, door nederlanders geteekend, i
die het voorgestelde principe jegens onze Oost-Indische koloniën
getemperd, gewijzigd, en veranderd of vervormd, of met i
bijgevoegde bepalingen, of voor een slechts lïlölll gedeelte uit-
gevoerd, niet konden afkeuren, en waarin dus van zelve 1
ligt opgesloten, dat men het principe zelve goed achtte, C11
dus goed om dan, wanneer de tijd meerdere rijpheid daarvoor ~
jl zal gegeven hebben, eene meer volkomene en eindelijk ge-
heele uitvoering te doen erlangen, 611 door welke steminen de
publieke opinie wordt misleid, en men die dus als publieke
opinie van Nederland beschouwt of waardeert, ofschoon het
lj slechts de geuite denkbeelden zijn, van een welligt geheel ·
ter goeder trouw denkend enkel individu, die soms ook
wel d.oor zijnen rnaatschappelijken invloed e11 talenten vele
anderen, mede ter goeder trouw zijnde, medesleepte , of de ·
meerderheid in sommige bijeenkomsten, deed erlangen. Doch
vcrgun 1nij dit iets nader uiteen te zetten.
llet openstellen dier havens acht men eene handels-kwestie,
jj ll1'lIll(‘IS ofschoon Nederlands welvaren en het behoud zijner
j kolonien daarmede gemoeid zijn, schijnt deze strijd toch groote-
” lijks op het handels terrein te zullen worden beslist. lk zal
dus den handel nog ee11s uit dat oogpunt beschouwen, zijne
elementen en individuen, c11 acht mij dan van 111ijn voornemen
gckweten te hebben.
llet resultaat moge dan zijn, dat 1llCll niet betrekking tot
e
r
1