HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 81

JPEG (Deze pagina), 712.73 KB

TIFF (Deze pagina), 8.18 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

DE OPENSTELLING VAN HAVENS
in onze OOSTINDISGHE BEZITTINGEN.
jv
j Toen in het voorjaar van 1858 de concepten van het tractaat
j met Belgie e11 het tarief van in- uit- en doorvoerregten door dc
t Tweede Kamer der Staten-Generaal werden afgestemd, verblijdden
1 velen zich daarover; gewigtige bezwaren toch waren hierdoor voor-
. gekomen, zoo voor de belangen van ons Yaderland als die van
onze O. I. bezittingen.
In de Oost waren directelij k verruimde gelegenheden gepla-
neerd voor de vreemden om de vruchten dezer kostbare kolonie
buiten 011s te gaa11 plukken, zonder nog in rekening te brengen
_ de immer veel grootere, die men daar steeds indirectelijk bui-
I ten onze vergunning nemen kan, bij iedere gelegenheid, dat men
dáár iets directelijk verleent.
Deze concepten, waarbij de belangen van het vaderland zoo
zeer op een hellend vlak geplaatst werden, gaven groote teleur-
stelling; de openbaarmaking daarvan bleef niet achter.
Toch echter werd een nieuw ontwerp op de in-, uit- en door-
voerregten, der Tweede Kamer aangeboden, in de daad nog
vrijgeviger dan het vroeger afgestemde ; geen wonder dus ,
dat velen der met het feitelijk leven der industrie bekenden, zich
ook luide tegen het tarief deden hooren, en bedrieg ik mij niet,
genoegzaam hebben doen blijken, om ook dat in de Tweede
Kamer te doen afstemmen, zoodat wij niet meer in dat systeem
een vernieuwd project zullen behoeven te vreezen.
Vervuld zoo als me11 was met deze laatste gebeurtenis, vernam
men het besluit tot het openstellen van een groot getal havens