HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 72

JPEG (Deze pagina), 784.78 KB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

W l
GR
j Ik weet wel, dat ieder tractuat wederkeerig eenige eoncessiën j
j in zich sluit, doch alle takken van binnenlandsche nijverheid
jj zi_jn van te ernstigen aard, om daaraan ooit te worden ge-
waagd; het zoude gelijk staan met eene tontinaire negotiatie ten
behoeve van den vreemde, om voor een klein getal jaren eene l
hooge interest te genieten, met ojiott'ering van het geheele
jj kapitaal zelve; want het criterium van volks algemeen ivelvaren
ll is eigen nijverheid.
j Het geheele fabriekxvezen heeft dus matige bescherming noo-
dig, en ieder deel van hetzelve in het bijzonder, al naar deszelfs ,
eigenaardige toestand en behoeften, zoodat het niet mogelijk is
een gesteld inkomend regt voor het eene geschikt, ook voor
het andere doelmatig te achten.
De eigenaardige toestand, lgiehoeften, omgeving, enz., zijn van
iedere fabriekstak zoo onderscheiden, dat het niet mogelijk is,
daarvan iets ïi priori te ontxverjien, en eerst dan kan men daar-
toe komen, wanneer men na naanwkeurig onderzoek, èn van hare
lj nitgehreidlieid, èn van haren invloed op de inwendige welvaart,
èn van haren toestand zelve, of zij in bloeijonden of kivijnenden
. staat verkeert, ook in de verhouding van dezen haren toestand
en fahrieeer-onkosten met betrekking tot het buitenland, een en
ander in al deszelfs bijzonderheden heeft leeren kennen.
Het spreekt van zelve, dat dus eene gelijke kennis, even
lt uitvoerig en nauuwkeurig, vereiselit wordt van den onderhavigen
fabriekstak in het buitenlznid, inzonderheid in die landen, die
door hunne nabijheid en andere lokale of bijzondere gelegen-
heden, het eerst en incest nadeeligen invloed op onze eigene
nijverheid zonden kunnen uitoefenen.
Zoo ook zullen sommige fabriekaten, ofschoon onder dezelfde
ll in- en uitwendige omstandigheden een lrooger beschermend regt
jj blijven vorderen dan anderen, al naar mate de onderscheidenc `
`jt onkosten van arheidsloonen, fabrieksbenoodigdheden enz., op het
fabriceren er van komende. Nemen wij een last oliezaad ( 35);
hierop zullen drie ïi. viermalen meer onkosten komen, dan op
het malen van een last graan tot meel (/' à f 10), indien
li
il

ll
l
l
lj?
l .